Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja."

„En komt U nu heelemaal van Amsterdam naar Interlaken om dat interessante karweitje op te knappen ?"

Meneer Pardus gaf niet dadelijk antwoord op die vraag, scheen even te moeten nadenken : dan antwoorde hij :

„Ik had hier ook nog enkele andere zaken te beredderen, dus dat kon ik gemakkelijk combineeren."

„Dus U logeert op 't oogenblik in Interlaken ?"

„Ja"

„In welk hotel ?"

„Royal St Georges."

Het speet meneer Pardus eigenlijk toen hij dit gezegd had, maar hij had er zich toe laten verleiden, omdat het zoo goed klonk.

„Wanneer heeft U mevrouw Volkers het laatst gesproken ?" vroeg Paps dan, die zich nu plots herinnerde, dat hij dadelijk na aankomst en ook den volgenden dag, aan de drie grootmoeders ansichten met een foto van Waldfrieden had gezonden, zoodat, naar hij meende, zijn adres bij die drie dames volkomen bekend moest zijn en hij keek meneer Pardus scherp aan bij die vraag.

„Een half uur geleden," antwoordde deze heer op kalmen toon.

„Wablief?" vroeg Paps verbaasd.

„Ik zei een half uur geleden."

„Is mevrouw Volkers dan ook in Interlaken ?"

„Ja, meneer Drent," en meneer Pardus glimlachte zeer voldaan over het effect, dat deze openbaring bij meneer Drent teweeg had gebracht.

„In hetzelfde hotel als U ?"

Meneer Pardus aarzelde.

„U zult me hoop ik ten gpede houden, dat ik op die vraag nog niet dadelijk antwoord geef."

„Zooals U wilt."

„Meneer Drent," begon meneer Pardus dan op een zeer gemoedelijk -vertrouwelijken toon. „U gelooft zeker wel, dat ik weet wat er in de wereld te koop is ?"

„Daar twijfel ik geen oogenblik aan."

Sluiten