Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik dank je wel ten zeerste, hoor, voor je prachtig geslaagde hulp. Mevrouw van Haemsteede, U heeft niet te veel verteld van zijn genialiteit. Het is buitengewoon!"

De gelukkige en trotsche moeder lachte.

„Ik hoop, dat het aanleiding zal geven, dat we ook eens heel gauw met uw schoonzoon en de verdere familie zullen kennis maken."

Mevrouw van Doesselaer scheen zoo ontroerd te zijn over die plotselinge oplossing van het probleem, dat ze zich nu moest bepalen tot wat lachjes en knikjes.

Even later scheidden de beide oude dames en liep Christiaan weer eens naar zijn, nog altijd bengelende, jonge gade.

„Och," sprak juffrouw Te Meetelaar, die nu met mevrouw Paling in een gezellig tentje in den tuin der villa Frauenheim zat thee te drinken, „ik moet je eerlijk zeggen, dat ik er hoegenaamd geen spijt van heb, dat ik per slot van rekening ongetrouwd ben gebleven. Als ik zoo eens om me heen zie, de zorgen van zooveel vriendinnen van me door hun kinderen en vooral door de aangetrouwde kinderen, dan denk ik dikwijls : Jakkes nee, wees jij maar heel blij, dat jij voor al die soesah gespaard bleef en alleen en onbezorgd door het leven bent gegaan I"

Mevrouw Paling knikte flauwtjes en roerde in haar thee.

„Zeker," sprak ze dan, „je kunt het slecht treffen maar. . . je kunt ook boffen."

„Boffen? Zooals jij met je schoonzoon bijvoorbeeld . .." en juffrouw Te Meetelaar schonk de thee op.

„Ja zeker. .. Ferdie is een charmante kerel, een echte fijne vent..."

„Zoo."

„O ja.»

„Nou ik hoop, dat de meisjes hem gauw zullen vinden, dan krijg ik misschien kans om eens kennis met hem te maken en met zijn dochter en met die ..."

„O ja, wie weet," zei mevrouw Paling wat koeltjes. „Ik denk in ieder geval..."

Sluiten