Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Stil es " vermaande juffrouw Te Meetelaar en toen de beide dames zwegen, hoorden ze al heel dichtbij het juichend en lachend joelen der meisjes en een volgend oogenblik stormde de heele troep matroosjes op het tentje af.

„We hebben ze ... we hebben ze . . !" riepen wel zes stemmen tegelijk al uit de verte.

„Meisjes, meisjes . . .!" vermaande juffrouw Te Meetelaar. „Niet allemaal tegelijk, laat er een vertellen. Loes, jij maar!"

„Is het heusch waar ?" vroeg mevrouw Paling, die ineens een beetje bleek zag.

„Ja ... ja, heusch . . . heusch . . . Dzjobsie en Flippie . . . om je slap te lachen, Dzjobsie met een suikerbrood op haar hoofd . .. Om je te bedoen ...!" riepen allerlei stemmen door elkaar.

„Toe, toe, toe. . . 1", vermaande juffrouw Te Meetelaar andermaal. „Uit dat geschreeuw kan niemand wijs worden. Loes, vooruit, vertel jij nu eens regelmatig wat er gebeurd is."

„Nou," zei Loes nog een beetje hijgend. „Ik liep met Ans en Gree en Rie op de Höhen Weg, hé? Overal gekeken en geloerd, maar we zagen niks. We zijn gegaan tot Beau Rivage, daar ook niks ... toen weer terug en toen ineens waarempel... daar zien we voor Royal St Georges onder de peristyle, een alleridiootst toegetakeld mensch staan, een japon van zilverbrokaat, waar gouwe bitterkoekjes op geborduurd waren . . . om je krom te lachen ... en op haar hoofd droeg ze een suikerbrood, waar een sluier afwapperde. Ik zeg tegen Ans en Gree. Dat is ze, dat moet ze zijn en ik had het nog niet gezegd, of ineens zien we uit het hotel een meneer komen in een champagnekleurig Palmbeach pak, een stevig gebouwd iemand met een verbrand gezicht, geen hoed, een leuke snuit. Ik zeg kinders, dat zijn ze . . . dat zijn ze . . . mijn kop af als ze dat niet zijn! Die meneer staat eerst een poos met die bitterkoekjesjapon te praten, toen gaat hij de straat op. En net wilden wij er op af vliegen, toen dat mensch wordt aangesproken door een andere meneer... zoo maar een type, maar zoodra dat gesprek geeindigd was, vlogen wij er op af! „Dzjobs Melodia!" zeg ik.

Sluiten