Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen het troepje joelend was weggehold, zei mevrouw Paling, terwijl ze opstond : „Ik ga maar eens dadelijk kijken of..."

„Of je je Philippine kunt winnen," vulde juffrouw Te Meetelaar aan. „Wat zal dat 'n leuke verrassing voor je schoonzoon zijn!" en dan, terwijl ze een hand op mevrouw Paling's schouder legde en haar met beide oogen tegelijk een soort dubbel knipoogje gaf. „Ik wensch je veel succes, hoor. . . veel succes en .. . zelfbeheersching!"

En dan stapte ze ineens met snelle passen weg.

In de hal van het hotel Royal St Georges was mevrouw Volkers er ten slotte toch in geslaagd om de angstige suggestie, dat ze plotseling krankzinnig zou zijn geworden te overwinnen.

Ze was uitnemend ingewijd in allerlei occulte wetenschappen en wist derhalve, dat een mensch altijd omringd is door demonen in den vorm van plaaggeesten, die zich vooral dan laten gelden, als ze weten, dat je niet voldoende bent ingesteld op geestelijk verweer, iets wat heel gemeen is van die plaaggeesten maar daar zijn ze dan ook demonen voor!

En tot geestelijk verweer was ze niet toegerust, door al die enerveerende gesprekken met meneer Pardus en vooral door het laatste onderhoud, waarbij bleek, dat meneer Pardus wist, dat die ongenoemde derde persoon een vrouw was, waarna ze zich nog zoo had blootgegeven door haar belangstelling voor de wijze, op welke Doly, Dzjobs Melodia en Maud zouden samenleven.

O nee, nee, dat alles had haar eigenlijk een beetje uit haar evenwicht gebracht, zoodat alle demonen feitelijk vrij spel met haar hadden.

En daar hadden ze misbruik van gemaakt ook, want nu ze hier in dezen schemerdonkeren hoek weer wat tot bezinning kwam, werd het haar hoe langer hoe duidelijker, dat, zoowel die geelharige jongen, als die geschminkte meisjes in matrozenpakken, louter demonen waren geweest, boosaardige kwelduivels, plaag- en spotgeesten!

Sluiten