Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan met schuwe oogen, maar op het gelaat van mevrouw van Doesselaer verscheen toch weldra de zachte glimlach, welke haar zoo innemend maakte, welke glimlach mevrouw Volkers van lieverlede overnam en welke beide glimlachen daarna vrij snel werden omgezet in hardoppe en geanimeerde lachjes van wederzijdsch plezier om het samentreffen.

„Hoe toevallig!" zei mevrouw van Doesselaer.

„Zegt U dat wel!"

„Vreeselijk gezellig!"

„Ja, alleraardigst."

„Logeert U in dit hotel ?"

„Ja, zeker."

„O juist. En zijn Nand en Maud hier ook ?"

„Nand en Maud ? Hier in Interlaken ? Niet dat ik weet. Hoe komt U daaraan ?"

„Och, dat weet ik zelf ook niet, zoo maar een idee . . . dinges ..." zei mevrouw van Doesselaer even uit het veld geslagen.

„Die zouden toch immers naar Chamonix gaan ?"

„Och ja, hoe kom ik er toe!" riep mevrouw van Doesselaer nu een beetje schel lachend uit. „Naar Chamonix. . . natuurlijk!"

En toen lachten de beide dames elkaar weer heel opgewekt en vriendelijk toe.

„Interlaken is heerlijk, vindt U niet?" vroeg mevrouw Volkers.

„Verrukkelijk."

„Waar logeert U ?"

„In Beau Rivage. En ..."

Op dat oogenblik werd de aandacht van de beide dames afgeleid, wijl juist weer iemand van buiten in de hal trad en mevrouw Volkers' hart klopte ineens wat sneller, wijl ze uit den stap van de binnengekomene meende te mogen afleiden, dat het een heer was.

Inderdaad stapte de persoon, die binnen was gekomen, volkomen op de wijze als een heer dat pleegt te doen, maar

Paps

9

Sluiten