Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nochtans was het geen heer, het was een dame in een rijbroek en met rijlaarzen aan, welke dame, evenals mevrouw van Doesselaer gedaan had, dadelijk naar de verlaten portiersloge stapte en dan wat onzeker om zich heen keek.

De beide' dames in den schemerdonkeren hoek zagen elkaar aan en haar monden vielen open, zonder dat er een geluid uit kwam.

Dan stapte de rijbroek, die even scherp tuurde, naar die twee dames toe, doch op een vijftal schreden van het tafeltje gekomen, slaakte ze plots een kreet; met een schok bleef ze staan, deinsde achteruit.

„Mevrouw .. . Paling," stamelde mevrouw van Doesselaer.

„Hoe is ... 't... mogelijk...?" zucht-siste mevrouw Volkers.

„U . .. allebei... hier . . . ?" prevelde mevrouw Paling.

Het was alweer mevrouw van Doesselaer, die het eerst een normale houding terug vond.

„Och, nee maar ... mevrouw Paling . . . Hoe verschrikkelijk toevallig!" zei ze met een bijna natuurlijken glimlach, welke ze met groote inspanning op haar gelaat had getooverd.

„Ik wist niet, wat ik zag!" zei mevrouw Paling nog een beetje heesch van verbijstering. „Mevrouw van Doesselaer.. . mevrouw Volkers . .. hoe verschrikkelijk leuk!" en de drie dames wisselden nu met allerlei kreetjes van plezier, vroolijkopgewekte en prettig-verraste handdrukken.

„Logeert U ook in Interlaken?" vroeg mevrouw van Doesselaer.

„Ja zeker!"

„In dit hotel ?"

„Nee, ik ben bij een vriendin van me."

„Och zoo, bij een vriendin. Het is hier heerlijk, vindt U niet?"

„O, ik geniet dagelijks!"

„Ja, ik ook," zei mevrouw Volkers. „Weet U, de sfeer is hier zoo opwekkend," en dan tot mevrouw Paling met een glimlach om het grappige van het geval, „verbeeld U, hier mevrouw Van Doesselaer meende een oogenblik, dat Doly

Sluiten