Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wat zou 't!" sprak hij op luchtigen toon. „Als ik eenmaal een Anschlussie heb, dan blijft elk ander d'r koud van. Maar die Ferdinand is een goochemerd. Laat die maar gaan!"

Mevrouw Pardus' mond krulde verachtelijk.

„Een goochemerd ? Hij is 't doodschoppen niet waard 1 Drie onnoozele vrouwen. Een Blauwbaard is-ie, een Landru! Ze mogen van geluk spreken die drie stumperds, dat ze nog niet in een fornuis zijn opgestookt! Als ik het voor 't zeggen had, jonchie, weet je wat ik dee ?"

„Nou ?"

„Dat snap jij toch niet als man zijnde. Alle mannen zijn bruten. Ja, jij ook, net zoo goed. Daar moet je vrouw voor wezen om dat goed aan te voelen. Maar als ik het voor 't zeggen had, dan tracteerde ik die Dzjobs op een moorkop met cyaankali!"

„Maar de cash, die er aan zit?" vroeg hij met een knipoogje.

„Die nemen we! Wat anders!"

Op dat oogenblik ging de telefoon.

De beide echtelieden zagen elkaar aan.

„Neem jij maar op," sprak meneer Pardus.

Ze stond op van den divan en trad naar het toestel.

„Hallo ? . . . Meneer Pardus ? . .. Nee, U spreekt met mevrouw Pardus... Mevrouw Volkers, zegt U ? Ik zal even .

Ze bedekte den hoorn met de hand, zag meneer Pardus aan.

„Ben jij . . . ?"

Hij trad op haar toe, knikte en nam de telefoon dan van haar over.

„Ja, mevrouw Volkers. U spreekt met Pardus ... O juist. . . Zeker . .. Wat blieft U ? ... O, die zaak van U . .. Ja ja, zeker, daar ben ik volkomen in geslaagd ... Nee, daarom . . . ik had door die eigenaardige loop van omstandigheden nog geen gelegenheid om U . . . Natuurlijk, ik spreek daar niet over, waar de andere dames bij zijn... Ik kom even.. . In de Empire salon. . . Heel goed ... Mevrouw Volkers."

Hij hing den hoorn op.

Sluiten