Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XVIII.

Toen meneer Pardus op die ietwat plotselinge wijze de drie schoonmoeders van Paps had verlaten, bleef dit drietal in een min of meer verslagen ongewisheid achter, doch zoowel mevrouw van Doesselaer, als mevrouw Paling, hadden heur wenkbrauwen wel zeer hoog opgetrokken, toen ze getuigen waren van de zenuwachtig-gejaagde wijze op welke mevrouw Volkers meneer Pardus had teruggeroepen en toen eigenlijk namens haar drieën, dien heer een soort excuses had aangeboden voor een beweerd aangedaan onrecht!

Het duurde pijnlijk lang eer iemand na het verdwijnen van meneer Pardus weer iets zei.

Doch die iemand was thans niet, de immer situaties reddende mevrouw van Doesselaer, maar mevrouw Volkers.

„Ja," begon die eensklaps, terwijl heur oogen wat schichtig heen en weer schoten, „ik voel, ik weet, dat ik tegenover U beiden mijn houding moet verklaren, moet rechtvaardigen, zoo U wilt."

„Ik geef toe, dat er iets onduidelijks in is," erkende mevrouw van Doesselaer.

„Om U de waarheid te zeggen," sprak mevrouw Paling, „ik wandel nu al meer dan een uur in een labyrinth van raadselen."

„Ik zou zelf liever van een draaikolk spreken," sprak mevrouw Volkers met een zucht. „Maar laten we hier niet blijven en naar de Empire salon gaan. Daar is meestal niemand op dit uur en daar kunnen we rustig praten. Laat ik U even mogen voorgaan."

Sluiten