Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die beide gevallen ook instemmend geknikt en door een paar opmerkingen die onwaarheden nog bevestigd!"

„Datzelfde heeft U even goed gedaan!" sprak mevrouw van Doesselaer op een scherpen toon.

Mevrouw Volkers glimlachte.

„Dank U, mevrouw van Doesselaer, dat is tenminste een bekentenis; zelf ben ik al in confesso, rest nog mevrouw Paling, die althans die twee laatste feiten ook zal moeten erkennen."

„Houdt U mij ten goede, mevrouw Volkers," sprak mevrouw Paling, „maar met welk recht matigt U zich hier de allures aan van een Rechter van Instructie ? Ik onderwerp me niet aan uw verhoor en derhalve ben ik ook evenmin bereid, om iets te bekennen, als om iets te ontkennen!"

Er viel na dien uitval even een stilte, dan sprak mevrouw van Doesselaer op den zachten toon, welke haar zoo innemend maakte, terwijl ze waarschijnlijk ook verlucht was, dat ze had bekend, zonder eigenlijk „Ja" te zeggen, hetgeen in het algemeen veel minder hooge eischen stelt aan iemands zedelijken moed, dan de categorische erkenning.

„Ik begin in te zien, dat er hier dan toch een misverstand schuilt. Als ik mevrouw Volkers nu goed begrijp en ik geloof wel, dat ik dat doe, dan gaat het er niet om iemand een verwijt te doen of iemand te beschuldigen, nee, het gaat er alleen maar om, te zoeken naar een middel, naar een weg, om onze beste schoonzoon ... e ... dinges . . . enfin om te zien, of we door gezamentlijk overleg ... e ... dinges ... dat we een middel moeten vinden, om in het belang van onze schoonzoon . . . e . . . dinges .. . hem als het ware te weerhouden . . . om..."

Mevrouw van Doesselaers stem werd nu zoo onvast, dat ze plotseling moest zwijgen, terwijl ze even later haar neus snoot.

„Juist, lieve mevrouw," sprak mevrouw Volkers dan op heeschen toon, „zoo is het en niet anders," waarna ze ook haar neus moest snuiten.

Sluiten