Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mevrouw Paling sloeg haar oogen neer, kuchte even, trok wat zenuwachtig met haar mond, maakte dan ook gebruik van haar zakdoek en zei met een haperende stem :

„Het spreekt vanzelf, dat het nooit in mijn bedoeling zou liggen om ... dat ik mij ooit zou onttrekken, om in het belang van ... e . .. werkzaam te zijn."

„A la bonne heure!" sprak mevrouw Volkers wel met een zucht, maar toch op een zacht voldanen toon. „Het is heel prettig, dat we dan ten minste op dit punt accordeeren, dat we gezamentlijk bereid zijn, de noodige stappen te doen in het belang van onze schoonzoon. Al het overige is bijzaak!"

„Zeer juist," zei mevrouw van Doesselaer met een zachten glimlach.

„Het is alleen maar de vraag," merkte mevrouw Paling dan op, wier anders zoo harde stem nu iets weeks had gekregen, „of we iets bereiken kunnen."

jjlk vlei me, dat mevrouw Volkers eigenlijk ter zake al een plan gevormd heeft," sprak mevrouw van Doesselaer, terwijl ze die dame met een zacht weemoedigen, doch hoopvollen glimlach aanzag.

„Dat heb ik inderdaad," antwoordde deze, „maar dat kunnen zal afhankelijk zijn van onze geneigdheid en bereidheid om tegenover een vierde, zeer openhartig en zonder eenige terughouding te spreken."

„Tegenover een vierde ?" herhaalde mevrouw Paling met een bedenkelijk gezicht.

„Tegenover een vertrouwensman," begreep mevrouw van Doesselaer.

„Inderdaad," antwoordde mevrouw Volkers. „En dan geloof ik, dat we goed zullen doen, als die vertrouwensman, Mr. Pardus te kiezen. Ik had voor vanmorgen reeds met Mr. Pardus kennis gemaakt. Hij logeert hier trouwens in het hotel. Hij is een bekende advocaat uit Amsterdam en een specialist in, wat we zouden kunnen noemen, kiesche familieaangelegenheden. Ik heb hem al eens in een zaak geraadpleegd. Het eenige is, hij berekent wel hooge honoraria."

Sluiten