Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dat is dunkt me niet zoo'n erg bezwaar," sprak mevrouw van Doesselaer, „als we dat toch met ons drieën deelen."

„Dat vind ik ook," zei mevrouw Paling nu weer met haar gewone harde stem. „Zoo exorbitant zullen zijn eischen wel niet zijn, dat een derde deel daarvan ons zou bezwaren."

„Zal ik hem dan verzoeken om even hier te komen ?" vroeg mevrouw Volkers, die opstond.

„'n Oogenblik," sprak mevrouw van Doesselaer, terwijl ze mevrouw Volkers met een lichte handaanraking tegenhield. „We dienen dan toch aan die meneer Pardus een duidelijk omschreven opdracht te geven!"

Er -viel een zwijgen.

„Tja..." sprak mevrouw Paling dan, „die lijkt me heel moeielijk te formuleeren. Laten we hem liever om raad vragen."

„Om raad ?" herhaalde mevrouw Volkers. „Dat lost dunkt mij de moeielijkheid niet op, maar verplaatst ze alleen maar. Hoe kunnen we hem om raad vragen, zonder een duidelijke omschrijving van datgene, waar het eigenlijk om gaat."

„Maar is dat nu inderdaad zoo moeielijk ?" vroeg mevrouw van Doesselaer op dien opgewekten toon, welke menschen plegen te bezigen, wanneer ze op zoo'n vraag meteen het antwoord al weten. „Is dat nu inderdaad zoo moeielijk ? We doen noch aan de waarheid, noch aan de duidelijkheid ook maar iets te kort, indien we simpelweg en unaniem verklaren, dat we ons ongerust maken over de invloed, die dat mensch die juffrouw hoe-heet-ze, op onze goede schoonzoon uitoefent en dan gaat het er maar om of meneer Pardus ons oirbare middelen aan de hand kan doen, om die fatale invloed te ... e .. . dinges ..."

„Te fnuiken," vulde mevrouw Paling aan.

„Juist, te fnuiken," besloot mevrouw van Doesselaer.

Mevrouw Volkers knikte.

„Ja, dat lijkt me een heele goede formuleering," sprak ze. „Mevrouw van Doesselaer, wilt U het onderwerp dan inleiden als meneer Pardus er is ?"

Sluiten