Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XIX.

Toen meneer Pardus tien minuten later de Empire salon binnenkwam, droeg hij een rozenknop in zijn knoopsgat.

Hij had die, wat men boosaardig zou kunnen noemen, „gegapt" uit een der vaasjes op een tafeltje in de eetzaal en die bloem gaf hem het aanzien van iemand, die het midden houdt tusschen een bruidegom en een fatterige ouwe boemelaar.

Of hij met die versiering een bedoeling had, was niet duidelijk. Mogelijk vond hij het passend de drie dames er op een kiesche wijze aan te herinneren, dat ze eenmaal ook rozenknoppen waren geweest, misschien ook meende hij, dat een bloem-in-knop, voor een advocaat in kiesche familie-aangelegenheden, een vertrouwenwekkend en passend attribuut was.

In ieder geval droeg die bloem nog iets bij aan de zeer zelfbewuste houding, in welke hij de salon betrad.

Daarbij lag er een ernstig-vriendelij ke en tevens zeer hoopgevende glimlach op zijn gelaat, een glimlach, welke ook die des dokters pleegt te zijn, wanneer hij het bed nadert van den opgegeven patiënt, die hunkert naar bijstand en moed-inspreking.

De drie dames zagen hem naderen met zeer gemengde gevoelens.

Bij mevrouw Volkers domineerde eigenlijk een zekere angst dat meneer Pardus toch nog iets zou verraden van hun be-

Sluiten