Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XX.

„Zoo kind," sprak Paps toen hij teruggekomen van Royal St. Georges, Maud nog maar alleen in de kamer aantrof. „Zoo kind, je hebt de hartelijke groeten van je grootmoeder!" „Watte ?"

„De hartelijke groeten van je grootmoeder, zeg ik."

„De groeten van Granny ? Heeft U een brief?"

„Nee, nee, ik bedoel de persoonlijke, de vleeschelijke groeten."

„Nee toch, Paps. Wat is dat nu ?"

,,'t Is heusch waar, hoor. Waar is Miep ?"

„Nog boven. Ze had een dikke brief van haar vrind. En 't is ook nog geen vier uur," sprak Maud op haar horloge kijkend.

„Nee, dat weet ik wel. Niks geen haast. Ik vraag het maar om te weten of ze soms ineens kan binnenkomen. Maar wat ik van Granny zei is heusch geen grapje, hoor. Ik kom juist van het hotel Royal St. Georges en daar logeert ze."

„Maar. . . ! Dat is toch een mop van U ?"

Hij lachte.

„Het is inderdaad een mop en een heele goeie. Vooral omdat hij waar is! Ik zal 't je gauw vertellen. Die meneer, die me straks wou spreken, hé ?"

„Ja, meneer van Marle of zoo iets."

„Nee, nee, Mr. Pardus. Hij beweert advocaat te zijn in Amsterdam, wat best mogelijk is. In ieder geval is het een schoelje eerste klas. Het type van een chanteur. Niet onvermakelijk overigens; ik heb me best met hem geamuseerd.

Sluiten