Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Zwei Tee," bestelde het geelharige jonge mensch en dan tot zijn gezellin. „Jij een taartje ?"

Ze gaapte juist weer, maar als dat klaar was, zei ze : „Och, ja," en toen namen ze er allebei een.

„Ik snap niks van Bonzo," zei het jonge mensch weer.

„Zanik toch niet over die hond," sprak ze verveeld.

„Wilt U zich soms nog bedienen ?" vroeg het jonge mensch dan aan Paps, terwijl hij dezen de gebakschaal aanbood.

„Nee, dank U, heel vriendelijk," antwoordde Paps. „Ik houd me maar bij mijn sigaar."

„Verbazend veel Hollanders in deze streek," zei het jonge mensch.

„Ja, inderdaad," zei Paps.

„Even voorstellen ?" zei het jonge mensch. „Van Haemsteede . . . mevrouw van Haemsteede."

„Aangenaam," zei Paps even buigend. „Drent, mijn dochter, juffrouw Jansen."

Ze knikten nu allemaal een beetje bete, zooals dat onder soortgelijke omstandigheden gebruikelijk is, waarna mevrouw van Haemsteede gaapte.

„Ja, ja, de berglucht maakt slaperig," zei Paps.

„Ik zoek eigenlijk mijn hond," sprak Christiaan.

„Had U hoop die bij ons tafeltje terug te vinden ?" vroeg Maud.

Christiaan grinnikte even, kleurde wat en zei dan:

„Ik druk me ook eigenlijk verkeerd uit. Ik weet, dat mijn hond mij zoekt, maar hij kan me blijkbaar niet vinden."

„Een beetje een achterlijk soort ?" vroeg Maud.

„Nee, juist bizonder intelligent," verzekerde Christiaan.

„Dan vrees ik, dat er zijnerzijds opzet in het spel is," sprak Paps met een bedenkelijk gezicht. „Heeft U geen fluitje of zoo iets ?"

„O nee, daar heb ik geen behoefte aan. Mijn hond is telepathisch gedresseerd."

„Ah ja, met een wichelroede zeker," zei Paps, die niet erg thuis was in de occulte wetenschappen.

Sluiten