Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„O juist," sprak Paps dan. „Dat is wel heel interessant. Een dame gaf U dus opdracht om een meneer op te sporen, die juist zoo heet als ik."

„Ik zei niet, dat het een dame was," sprak Christiaan, „maar het was er inderdaad een. Ik kan U dat gerust zeggen, want U kent haar toch niet."

„Nee, dat is niet waarschijnlijk," antwoordde Paps. „En heeft U die naamgenoot van me gevonden ?"

Christiaan knikte met een slim gezicht en een knipoogje.

„Ik had hem binnen tien minuten uitgevonden."

„Nee toch . . . !"

„Ja, heusch. Hij logeerde in Royal St. Georges."

„Och kom, en logeert U daar ook ?"

„Nee, want dan zou het al heel eenvoudig geweest zijn. Ik logeer in Beau Rivage."

„Och. Ja, dat hotel ken ik ook. Daar logeeren vooral veel dames op leeftijd, meen ik."

Christiaan lachte even.

„Ja, dat is zoo," sprak hij dan.

«Logeert daar op 't oogenblik ook niet een mevrouw Volkers," vroeg Paps dan.

„Volkers ? Nee, die naam heb ik nog niet gehoord. Maar we zijn er nog maar een paar dagen."

Maud vercamoufleerde haastig een opkomende lachbui in een hapje Pêche Melba.

Op dat oogenblik ontstond er wat roerigheid achter hen, want de gasten aan een tweetal tafeltjes stonden op en dadelijk stormden daar een troep jonge meisjes op af, gekleed in witte blouses en wijde matrozenbroeken, terwijl achter dat troepje een soort leidster, een stilaan bedaagde dame, door de volte dr°ng, gekleed in een grijze heerenbroek en een bruin hemd, blijkbaar zonder politieke bijoogmerken, doch met een vergulde ritssluiting.

„Ik vrees, dat de zaken in dameskleeren hier niet zullen floreeren," sprak Paps, die het geval eens aanzag.

Sluiten