Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Moet je nog meer eten?"

„Wou je, dat ik diëet hield?"

Hij lachte.

„Wat zal 't wezen?"

,,'n Stukkie koue kip en een beetje compote van perziken."

Meneer Pardus riep den kelner en deed de bestelling, liet voor zichzelf een glaasje Hennessy er bij brengen.

„Dus kind," sprak hij dan, terwijl hij nu een zwaar beringde vinger tegen zijn neus legde. „Dat verbreken van die liaison zal dus niet gaan."

„Gelukkig," antwoordde ze. „Laat die menschen haarlui plezier."

„Dat is in ieder geval ook menschlievender," sprak hij.

„Daarom."

„Je hebt een echt warmvoelend vrouwelijk hart, kind. Dat is mooi. Jij kan de zon ten minste in 't water zien schijnen. Maar wat ik zeggen wil... en wij dan?"

„Waar naar toe, bedoel je?"

Hij knikte, hielp wat ruimte maken op de ontbijttafel voor de reusachtige halve gebraden poularde en de schaal compote, welke de kelner met een gerammel van borden, messen en vorken, voor mevrouw Pardus neerzette, waarna meneer Pardus ook zijn glaasje dure cognac kreeg toebedeeld.

„Ja, waar naar toe?" herhaalde hij dan als de kelner weg was.

„Hoeveel heb je nog?" vroeg ze, terwijl ze handig een dik stuk wit kippenvleesch van den rug der poularde losmaakte en over die lekkernij rijkelijk perzikencompöte schepte.

„Genoeg," antwoordde hij, nadat hij een teugje uit zijn glas genomen had, „om heel stilletjes aan een maandje. . ."

„Nou vader, dan hoeven we d'r toch niet over te praten," sprak ze.

„Je bedoelt?"

„Monte! Wat anders?"

Dien middag even voor vijven, betrad mevrouw van Does-

Sluiten