Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

selaer weer de hal van het hotel Royal St Georges en stapte dadelijk door naar den Empire salon.

Daar was nog niemand, maar mevrouw van Doesselaer had nog maar nauwelijks plaats genomen en half werktuigelijk het prachtwerk van den Zwitserschen Hotelbond, dat op het tafeltje lag, opgeslagen, toen mevrouw Volkers binnenkwam.

De begroeting der dames was allerhartelijkst.

„En heeft U nog iets beleefd of vernomen, wat voor onze gemeenschappelijke zaak van belang kan zijn?" vroeg mevrouw van Doesselaer.

„Niets hoegenaamd. U zeker ook niet?"

Mevrouw van Doesselaer schudde glimlachend het hoofd.

„O, daar is mevrouw Paling ook al," zei mevrouw Volkers, en ze trad deze dame eenige schreden ter verwelkoming tegemoet. „Die Dritte im Bundel"

„We zijn alle drie prachtig op tijd," sprak mevrouw Paling, nadat zij gezeten waren.

„Ja, het wachten is nu alleen maar op Mr. Pardus," zei mevrouw van Doesselaer.

„Die zal ook wel op tijd zijn", meende mevrouw Volkers.

„Dat denk ik ook wel," zei mevrouw van Doesselaer, „Hij schijnt me toe een zeer degelijk mensch te wezen. Maar wat lijkt dat ambt of die betrekking van hem me moeilijk! Hij moet op zijn tijd uiterst kiesch kunnen zijn . . ."

„En op een andere tijd „rücksichtslos" onbescheiden," vulde mevrouw Paling aan.

„Het is een echt mannelijk metier," dacht mevrouw Volkers. „Een vrouw zou er de moed niet toe hebben."

„En vermoedelijk ook niet de tact," zei mevrouw van Doesselaer.

„En waarschijnlijk ook niet de lust," sprak mevrouw Paling.

„Dus in dat opzicht laten wij de mannen voor ons de kastanjes uit het vuur halen," merkte mevrouw Volkers op.

„Licht, dat ze iets doen," sneerde mevrouw Paling.

j>Nu is Mr. Pardus toch heusch over zijn tijd," zei mevrouw

Sluiten