Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En na deze uitwisseling van vriendelijkheden was mevrouw van Doesselaer in Noordelijke richting verdwenen, Mevrouw Paling in Zuidelijke en mevrouw Volkers was perpendiculair de lucht in gegaan, te weten met de lift.

Maar den volgenden morgen was mevrouw Volkers reeds om tien uur weer opgebeld door mevrouw Paling en toen hadden die twee dames het volgende gesprek gehouden:

„Mag ik U nog even iets vragen, mevrouw Volkers?"

„Zeker, mevrouw Paling."

„U sprak over die occulte middelen, waarvan de Oosterlingen zich soms bedienen."

„Ja?"

Toen had de stem van mevrouw Paling even gezwegen.

„Ja?" had mevrouw Volkers dan herhaald en toen had mevrouw Paling weer gezegd :

„Vindt U niet, dat er aanleiding is die methode toch eens nader te bestudeeren?"

Toen had mevrouw Volkers even gezwegen, maar tenslotte geantwoord :

„Het is altijd een zeer interessant onderwerp."

„Daarom. Vindt U goed, dat ik er mevrouw van Doesselaer ook nog eens over opbel?"

„Ik zie niet in, dat daar iets tegen zou zijn."

„Goed. Dank U, mevrouw Volkers."

„Dag, mevrouw Paling."

En een goed kwartier later werd mevrouw Volkers andermaal opgebeld, ditmaal door mevrouw van Doesselaer, welk telefoongesprek als volgt verliep :

„O, mevrouw Volkers. U?"

„Ja. Mevrouw van Doesselaer, meen ik?"

„Juist, Mevrouw Volkers, ik ben zoo even opgebeld door mevrouw Paling."

„Ja."

„Door mevrouw Paling zeg ik."

„Ja, ja."

Sluiten