Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plaats als Commissaris in te nemen.

„Ziedaar," sprak ze op een foto wijzend, welke daar in was op genomen en waar onder stond „De begaafde filmactrice Dzjobs Melodia."

Mevrouw Paling sterk geïnteresseerd, rees haastig op uit haar crapaud en bukte zich naast mevrouw van Doesselaer, over de afbeelding.

„Ja .. . Dzjobs Melodia . . . het staat er," sprak ze.

„Ik zou haar nauwelijks herkennen," zei mevrouw van Doesselaer.

„Och," sprak mevrouw Volkers, „we hebben haar maar zoo kort ontmoet en dan in de vallende schemer. En bovendien, die soort vrouwen zijn zoo doortrapt in alle trucs van de makeup, dat ze er feitelijk precies uit kunnen zien zooals ze willen. De eene keer verschijnen ze als een donkere pervers-hartstochtelijke Carmen en een oogenblik later zien ze er uit, als een blond-onschuldig Gretchen! Dat is nu eenmaal het metier."

„Maar ze is het, dat is zeker," zei mevrouw Paling nu overtuigd knikkend. „Ze heeft iets heel valsch en onbetrouwbaars in haar gezicht, dat me die avond ook dadelijk opviel."

„Ja, ja," zei mevrouw van Doesselaer, „en van die oogen, die je niet aan durven kijken. Ik zie het nu heel goed, hoe meer ik er naar kijk. Per slot van rekening blijft een slang toch altijd een slang, hoezeer ze zich ook camoufleert en door de schaapskleeren van de wolf gluurt toch ook altijd op de een of andere manier de wolt zelf! Het gezicht van deze vrouw is wel buitengewoon ongunstig!"

„Misdadig ongunstig. Een echt Lombroso-type," zei mevrouw Paling.

„Ja, juist," zei mevrouw van Doesselaer, die niet wist wat dat eigenlijk was. „Bovendien lijken of niet lijken, het is in ieder geval een authentiek portret van die vrouw, van Dzjobs Melodia. En daar gaat het maar om!"

„Maar nu de kwestie van de schorpioenangel," informeerde mevrouw Paling. „Heeft U die in voorraad."

Mevrouw Volkers lachte een tikje medelijdend.

Sluiten