Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nen, de armen, kortom alles voelt aan als vochtig marmer in een grafkelder. En het innerlijk, het gemoed van zoo'n verkilde persoon, is absoluut onontvankelijk voor alle uitingen van anderen, welke gepaard plegen te gaan met een uiting van warmte. De Hindoes, die geen levend wezen mogen dooden, bedienen zich bij voorkeur van dit middel als ze een man van een vrouw willen scheiden."

„Maar," vroeg mevrouw van Doesselaer, „blijft zoo'n koudgemaakte persoon dan verder haar heele leven zoo vischachtig?"

„Nee, dat trekt langzamerhand wel weer bij," stelde mevrouw Volkers gerust, „maar het duurt toch wel zoo lang, dat in de meeste gevallen de liefde van een man voor zoo'n vrouw definitief bekoeld is."

„En gelooft U dat effect ten opzichte van Dzjobs Melodia te kunnen bereiken?" vroeg mevrouw van Doesselaer.

„Zeer zeker."

„Enkel door haar portret in een koelemmer te zetten?" vroeg mevrouw Paling.

Mevrouw Volkers lachte weer wat medelijdend.

„Nee, nee, mevrouw Paling, zoo kinderlijk eenvoudig gaat dat niet," antwoordde ze dan. „Men betreedt niet zonder bepaalde ceremoniën en volledige kennis der riten, het domein van de occulte wereld."

„En U is vertrouwd met die ceremoniën en riten?" vroeg mevrouw van Doesselaer.

„Ik meen inderdaad daar nogal iets van te weten," antwoordde mevrouw Volkers op bescheiden toon.

„En . . . U onderschat niet de kracht, die er van zoo'n experiment uitgaat?"

„Volstrekt niet."

„Want ik zou niet graag willen, dat wie ook, er blijvend letsel van zou krijgen."

„Nee, ik ook niet, "sprak mevrouw Paling, „maar ik zou het toch heelemaal niet erg vinden, als dat mensch er eens een poos erg vervelend van was!"

„O nee. Ik ook niet!" riep mevrouw van Doesselaer uit.

Sluiten