Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„U kunt, als U wilt, nu nog een opmerking maken," klonk de stem van mevrouw Volkers in een vreemd laag timbre, „maar toch hoe minder hoe liever en als dadelijk de ceremoniën beginnen, dan mag er heelemaal geen woord meer gezegd worden."

„Ik wou alleen .. . die lucht.. ." stamelde mevrouw van Doesselaer.

„Ik word er onpasselijk van," fluisterde mevrouw Paling, „Mogen we wat eau de cologne?"

„Vooral niet," fluisterde mevrouw Volkers. „Die lucht wordt dadelijk nog doordringender, maar dat is absoluut noodzakelijk bij alle goena-goena. Blijft U daar staan bij het tafeltje, waar U nu staat, beweegt U niet. Vraag me niets meer en doe precies wat ik U zal aanduiden te doen."

„Maar . . ." begon mevrouw Paling.

„Sssssst!" gebood mevrouw Volkers.

Ze trad nu op het olielampje toe, kruiste heur handen voor de borst, boog driemaal heel diep en heel langzaam het bovenlijf voorover, nam het lampje dan met beide handen op, droeg het voor zich uit met gestrekte armen, deed zoo eenige passen achterwaarts, wendde zich dan om en schreed dan statig met langzame passen, het hoofd hoog opgericht, met extatisch half gesloten oogen naar het tafeltje, waarbij de twee andere dames stonden te wachten.

Opnieuw keek mevrouw van Doesselaer angstig en als om hulp vragend naar mevrouw Paling, maar de vale vlam van het lampje reflecteerde zoo spookachtig in de oogen van mevrouw Palings lijkkleurig gelaat, dat mevrouw van Doesselaer zich met een huivering afwendde.

Inmiddels was mevrouw Volkers nu het tafeltje genaderd en de twee anderen zagen toen meteen, dat dit lampje den vorm had van een cobra met groen opaliseerende oogen, een smallen kop en een wijd geopenden bek, uit welken de vlammende pit stak als een dikke, gele, brandende tong.

Mevrouw Paling kreeg weer een moeielijk te onderdrukken aanval van onpasselijkheid toen ze dit zag en mevrouw van

Sluiten