Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Er is er net een weg!" sprak ze lachend. „Ik heb hem geschreven van mijn gewichtstoename. Zes pond in een week!"

„Een voorspoedige baby!" plaagde Maud. „Maar ik zou het vreeselijk vinden, hoor! Pas maar op, als Jan je terug ziet, dan herkent hij je niet eens. Dan ben je een vormlooze kolos geworden."

„Laat ze maar praten, Miep," troostte Paps. „Jan is ook maar een man en die houden toch altijd veel meer van dikke wangen dan van putten!"

„Dat geloof ik ook, meneer Drent, ik zal zorgen voor wangen als een bazuinengel! Tot morgen" en ze legde een hand op Maud's schouder.

„Wel te rusten, Miepsie!" zei die, even in het handje knijpend.

Dan ging Miep heen en was weldra in de villa verdwenen.

„Ze ziet er best uit, hé?" zei Paps.

„Ja; gewoon ongeloofelijk zooals die in één week is bijgekomen! Gut, het is een heel ander kind geworden!"

„Dr. Haffstaengel heeft er ook zoo'n plezier in. Maar in de grond is het toch eigenlijk diep tragisch! Denk eens na. Ondervoeding! Ze heeft in letterlijke zin gebrek geleden, honger geleden! Een beetje anaemisch is ze nog wel, zegt de dokter, maar dat trekt ook al aardig bij. Maar wat anders. Hoe denk je er over? Willen wij nog een beetje naar de Kursaal gaan? Er is goeie muziek vanavond."

„Ja Paps, dat vind ik best", antwoordde Maud, „maar dan moet ik nog even . . ."

Op dat oogenblik trad een knecht uit het Sanatorium op hun tafeltje toe.

„Herr Drent, Sie werden am Telephon gebeten."

„Wer ist da?"

„Eine Dame."

„Komme gleich."

De knecht ging heen.

„Een van de grootmoeders?" vroeg Maud lachend.

„Wie weet. Dan zouden ze nog hier zijn ; ik heb toen zoo'n

Sluiten