Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geluid van het afnemen van den hoorn van de houders en toen de stem van mevrouw Volkers.

„Ja?"

„Mevrouw Volkers?"

„Ja, met wie?"

„Met mij, mama Volkers, Ferdinand."

„Och, Ferdinand, jij? Ben je nog in Interlaken?"

Paps lachte. Alweer zijn naam voluit en niet een van die gekke afkortingen. Wat zou er om gaan bij die ouwe dames?

„Ja zeker, Mama, we vinden het hier zoo heerlijk, dat we ons vertrek naar Chamonix nog maar hebben uitgesteld. Maar juist omdat het hier zoo heerlijk is, wou ik U eens vragen ; voelt U er niet voor een poosje bij ons te komen zitten? We zitten hier op een prachtig terras en het is zulk buitengewoon mooi weer!"

Het duurde even voor er antwoord kwam, dan klonk het wat onzeker.

„Je bent in Sanatorium Waldfrieden?"

„Ja. Dat weet U goed. De weg naar Heimwehfluh en dan links af. U kunt niet missen."

„Goed, ik kom heel graag. Nu dadelijk maar, bedoel je toch hè?"

„Ja, zeker. Gezellig dat U het doet, hoor! Tot zoo dadelijk dan! Dag Mama Volkers 1"

Hij legde den hoorn weer neer en ging terug naar Maud, die omgekeerd in haar stoel naar hem zat uit te zien.

„En . ..?" vroeg ze dadelijk.

„Ze was niet van plan om te komen," sprak hij. „Dat staat vast. Dus het is geen complotje en ik denk dat Granny en Grootje toevallig dezelfde inval hebben gekregen op nagenoeg hetzelfde oogenblik en dus ook niets van elkaar afweten. Maar stel je voor, Oma Volkers zei ook al Ferdinand tegen me!"

„Maar Paps!" riep Maud uit. „Wat zou er toch met die ouwetjes gebeurd zijn?"

„Een verhelderd inzicht," antwoordde hij, „dat treedt soms bij heele volksstammen tegelijk op. Het zal me eens benieuwen

Sluiten