Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik weet het waarachtig niet!"

„Maud . . begon Miep aarzelend.

»Ja?"

„Ze zullen me uiterlijk niet herkennen."

„Nee . . . maar je stem?"

„Ik zal vgeeselijk gemaekt pgaeten en bgauwen!"

„In Godsnaam . . . doe dat dan maar" zei Maud. „Op hoop van zegen! Ik zal je voorstellen als Loekie de Jong... dat is toch beter, dan dat ik je ware naam zeg."

„Maar zal je vader dat begrijpen?"

„Paps? Die begrijpt alles. Kom maar, Loekie de Jong, hoor. En je bent hier alleen en voor een rustkuur, een beetje overwerkt. . ."

„Ja, ja . . ."

Inmiddels boorden zes onzichtbare bliksemstralen uit drie paar oude-dames-oogen onafgebroken door de lijven en hoofden van de twee haastig overleggende meisjes.

„Wie is dat?" had mevrouw Paling scherp gevraagd.

„O . . ." had Paps, die door 't onverwachte van het geval ook even zijn tramontane kwijt was, geantwoord, „dat is . . . 's kijken . . ." en hij kneep zijn oogen half toe of hij plots erg bijziende was geworden, „ah ... ik zie het al. . . Een vriendinnetje van Maud, Greetje van Manen."

„Greetje van Manen?" had mevrouw van Doesselaer herhaald en die vraag klonk toch ook als een uitroep van verluchting, terwijl meteen ook de strak gesperde gelaten van de twee andere dames zich beminnelijk ontspanden tot een welwillend glimlachje. „Och, zou dat nog familie zijn van de van Manens uit Wassenaar?"

„In Voorburg wonen ook van Manens," zei mevrouw Paling. „Daar is een notaris van Manen. Mogelijk is het daar een dochter van?"

„De naam komt veel voor," wist mevrouw Volkers. „In Tiel is het ook een heele bekende familie. Misschien komt ze daar wel vandaan."

Sluiten