Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aller béte noire, van die vreeselijke Dzjobs Melodia viel nochtans in dien chaos van tegenstrijdigheden geen spoor te ontdekken of te vermoeden en dat stemde het drietal blijkbaar, zij het tijdelijk, gerust, welke gemoedsstemming haar uiting vond in den opgewekten bijval, waarmee Paps' voorstel werd begroet.

„Hè, ja, het is echt weer voor bowl," zei mevrouw van Doesselaer. „Maar maak je ze niet te sterk, want dan gaat het dadelijk naar mijn hoofd en mijn bloeddruk was toch al weer een beetje te hoog toen ik op reis ging."

„Kun je hier rijnwijn krijgen voor bowl?" vroeg mevrouw Paling.

„Kunnen wel," antwoordde Paps, „maar we hebben geen rijnwijn noodig. Zwitserland heeft ook wel goeie wijn, de Cötes en de Dezaley . . .!"

Hij riep den knecht, bestelde een en ander en dan vertrok de knecht en nam meteen de theeboel mee en met dien theeboel ook het leege kopje en het bekruimelde koekjesschoteltje, dat zooveel onrust en achterdocht had verwekt.

Het Jungfrau-massief was nu in een wonderlijk roodpaars licht gehuld, dat stilaan paarser werd of het van boven door een eskader vliegende inktvisschen werd begoten met stroomen sepia.

Ze keken er allemaal naar.

„Spookachtig," zei Maud. „Dat paarse is zoo echt de kleur, de sfeer, waarin geesten verschijnen. Ik stel me goeie geesten altijd voor in witte gewaden en kwaje in paarse."

„Ik geloof, dat je dat heel zuiver aanvoelt, Maud," zei mevrouw Volkers. „Bijna visioenair, want zoo is het ook!"

„Ja, ja, Maud heeft altijd een speciale aanleg voor het bovennatuurlijke gehad," zei Paps, „dat heeft ze van mij."

„Van jou?" vroeg mevrouw van Doesselaer verbaasd. „Ik heb nooit gemerkt, dat jij aan occultisme deed!"

„Och, daar loop je niet mee te koop," antwoordde Paps op zachten toon. „Dat zijn dingen van zoo'n teere aard, dat ze dikwijls al stuk gaan, als je er maar aan denkt."

Sluiten