Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Heb jij ook van die boschaardbeien in je glas?" vroeg mevrouw Volkers, terwijl ze heur hals uitrekte.

„Ja zeker," antwoordde Paps. „Heeft U iets tegen boschaardbeitjes?"

„Sommige menschen bekomen ze niet goed," sprak ze.

„Ja, dat heb ik ook wel eens gehoord," zei mevrouw van Doesselaer.

„Vischt U ze er dan uit," ried Paps.

„Wacht, ik zal U een lepeltje geven en een schoteltje," zei Maud ; ze deed dit en even later waren zoowel mevrouw van Doesselaer als mevrouw Volkers, ijverig aan het visschen naar de geurige en guitige roode vruchtjes, waarvan enkelen zich reeds heel ondeugend verscholen hadden tusschen de perziken en Reine Claude's.

„Ik vind, dat er juist zoo'n pikant aroma'tje aan zit," sprak Paps, die met aandacht en welgevallen van den bowl proefde en eveneens daaruit wat aardbeitjes opvischte, welke hij daarna in zijn mond stak.

„Eet jij ze?" vroeg mevrouw Paling met een schorre stem.

„En of!" zei Paps.

„Ze zijn heerlijk!" riep Maud.

„Veggukelijk!" brauwde Miep, die veiligheidshalve maar heel weinig haar stem liet hooren.

„Zoo ... dus jij kunt er tegen," sprak mevrouw van Doesselaer, die ook met strakke aandacht de manipulaties van Paps met de aardbeien had gevolgd.

„O, ja ...!" riep Paps. „Ik heb een goeie maag en een goed geweten, schoonmama, en dan kun je veel verdragen."

„De smaak i s lekker," sprak mevrouw van Doesselaer dan terwijl ze een lepeltje, waarop een aardbeitje lag naar haar mond bracht, en daar nu voorzichtig met het puntje van haar tong van proefde.

„Eet U er van?" vroeg mevrouw Volkers, die evenals mevrouw Paling dit experiment van mevrouw van Doesselaer met een soort afgrijzen had gade geslagen.

„Ja... ja. . . en ze zijn heel lekker. . ." sprak mevrouw

Sluiten