Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Natuurlijk hangt ze er weer! Ze hangt er altijd! Weer precies als thuis, van de ochtend tot de avond. Al de tijd, dat we nu hier zijn, hebben die twee nu maar één uitstapje gemaakt, ik geloof naar Thun en och ja, verder trekt mijn jongen er maar alleen op uit," en mevrouw van Haemsteede zuchtte. „Och ja, Thun," vervolgde ze dan eensklaps op een meer opgewekten toon. „Daar in Thun. Heeft hij U dat al verteld? Van die ontmoeting?"

„Een ontmoeting? Nee, ik heb Uw zoon sedert niet meer gesproken."

„O, daar komt hij juist aan," sprak mevrouw van Haemsteede en dan roepend : „Christiaan!"

Inderdaad was Christiaan daar juist uit de lounge van het hotel getreden.

Bonzo, de telepathisch gedresseerde hond, liep achter hem aan of eigenlijk was het minder loopen dan wel zich-latensleepen, want Christiaan hield het dier in bedwang door een gevlochten leeren riem, welke in tweeën was gesplitst en waarvan een eind aan den halsband en het andere eind aan een gordel om het lijf van Bonzo was vastgemaakt; bovendien was het schrandere dier van een muilkorf voorzien.

„Och... is hij stout geweest?" vroeg mevrouw van Doesselaer toen Christiaan haar had begroet.

„Dat is moeilijk te zeggen, mevrouw van Doesselaer," antwoordde Christiaan. „Wat is eigenlijk stout?"

„Tja," zei mevrouw van Doesselaer, die niet heel sterk was in het beantwoorden van zulke vragen, in welke bovendien steeds de verwachting schuilt, dat ze niet beantwoord kunnen worden.

„Wij noemen een dier stout," legde Christiaan dan uit, „als het ons niet gehoorzaamt. Maar hier Bonzo gehoorzaamt mij wel degelijk! Hij doet nooit iets wat ik niet gedacht heb en wat ik hem dan ook geleerd heb te beschouwen als een telepathisch bevel! Maar nu ben ik helaas ook maar een gewoon mensch."

„Nou ..." zei mevrouw van Doesselaer op een vriende-

Sluiten