Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijken twijfeltoon, waarna ze naar mevrouw van Haemsteede keek, die gelukkig glimlachte met kleintjes geknepen oogen.

„Heusch," verzekerde Christiaan nochtans. „Een heel gewoon mensch. Akelig gewoon! En in zoo'n akelig gewoon mensch lossen de goede gedachten en de slechte gedachten elkaar zoo'n beetje af. Zoo is het ook bij mij. Ik heb goede gedachten, ik heb kwade gedachten. En nu is het een fatale eigenschap van Bonzo, dat hij prompt reageert op mijn kwade gedachten, maar van mijn goede gedachten neemt hij niet de minste notitie meer."

„Och, dat is jammer," beklaagde mevrouw van Doesselaer.

„Ja, ik vrees, dat ik hem niet zal kunnen houden! Om zijn karakter. Hij is een hond met beslist perverse neigingen," vervolgde Christiaan. „U ziet, hij is om zoo te zeggen, heelemaal geboeid. Dat moet ik wel doen, want anders gebeuren er ongelukken, maar dat is niet vol te houden. De vorige week nog zouden we naar Thun gaan. Mijn vrouw voelde daar weinig voor, maar ik dacht: Och, ik zal het toch maar doorzetten, dan heeft Bonzo ook nog eens een verzetje, het beest verveelt zich anders maar, dus ik zeg tegen hem: Kom jongen, we gaan een mooie tocht maken, maar meteen denk ik, begrijpt U, denk ik: Als hij nu onderweg eens weg loopt! En ziedaar, we waren nog geen kwartier van huis of Bonzo was al spoorloos verdwenen en pas 's avonds laat kwam

hij weer thuis." _ < n

„Vertel eens aan mevrouw van je ontmoeting in Thun," sprak Christiaan's moeder nu.

„O ja, vreeselijk toevallig," sprak Christiaan. „Daar dronken we toen thee aan het meer en toen kwamen we aan één tafeltje te zitten bij een meneer Drent."

„Drent?" herhaalde mevrouw van Doesselaer verwonderd

en ietwat verschrikt.

„Ja, Drent," herhaalde Christiaan lachend. „Maar het was Uw schoonzoon niet, want die kende ik nu wel. Deze was een heel ander type, meer zoo het uiterlijk van een Indischen planter, gezond, bruin. Hij had twee jonge meisjes bij zich,

Sluiten