Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-1

zijn dochter meen ik en een vriendin van die dochter. Maar toen we ons aan elkaar voorstelde, frappeerde die naam me natuurlijk zoo, dat ik vroeg of hij ook familie was van meneer Ferdinand Drent."

„En ... en . . . e . . . wat zei hij?" vroeg mevrouw van Doesselaer.

„Nou, ik kon uit zijn antwoord niet al te best wijs worden ; hij deed een beetje ironisch, net als zijn dochter trouwens. Hij had zoo'n manier van spreken of hij iedereen altijd een beetje voor de gek houdt. Enfin, daar kreeg hij bij mij natuurlijk geen kans voor. Ik vertelde hem bovendien, dat ik wetenschappelijk-detective was en dat mij in die qualiteit door iemand — ik noemde Uw naam niet! — ik zeg, door iemand was opgedragen om een onderzoek in te stellen naar de verblijfplaats van meneer Ferdinand Drent en mejuffrouw Dzjobs Melodia."

„Heb je hem dat gezegd?" kreet mevrouw van Doesselaer plots verbleekend.

„Ja. Maar, o, heel discreet en voorzichtig. Heel tactvol!" antwoordde Christiaan. „Het kwam trouwens zoo toevallig ter sprake .. ."

„Toevallig ter sprake? Hoe dan. . .?" vroeg mevrouw van Doesselaer, wier stem beefde.

„Ja, hoe kon dat toevallig ter sprake komen, jongen?" vroeg nu ook mevrouw van Haemsteede, die een ietwat verschrikten blik op het ontdane gelaat van mevrouw van Doesselaer wierp.

„Wel moeder, dat was heel gek," antwoordde Christiaan, „naast ons tafeltje kwam een heel troepje jonge meisjes te zitten, ook Hollanders, met een leidster en tot mijn verbazing en ook tot verbazing denk ik van die meneer Drent, begonnen die allerlei grapjes te maken met de namen Ferdinand Drent en Dzjobs Melodia."

„Meisjes met een leidster?" herhaalde mevrouw van Doesselaer verbijsterd.

„Ja, mevrouw, zeker, meisjes met een leidster," zei Chris-

*

Sluiten