Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XXVII.

„Het spijt me erg, dat je weggaat," sprak juffrouw Te Meetelaar, die met mevrouw Paling in het tuinhuis van de villa Frauenheim zat. „En het is zoo haastig en onverwacht 1"

Mevrouw Paling glimlachte een tikje geheimzinnig.

„Och, je kunt nu eenmaal niet altijd zoo volkomen over je tijd beschikken, als je wel zoudt wenschen," sprak ze dan, „over een paar dagen zou ik toch in ieder geval zijn weggegaan, maar ik heb een brief gekregen, waaruit me bleek, dat mijn spoedige thuiskomst dringend gewenscht is."

„Toch geen zwarigheid?" vroeg juffrouw Te Meetelaar met meer nieuwsgierigheid dan deelneming.

„Nee, nee, dat gelukkig niet."

„Er moet misschien behangen of geschilderd worden?"

„En ik ga er te gemakkelijker toe over," vervolgde mevrouw Paling zonder op de indiscretie van haar vriendin verder in te gaan, „omdat ik hier nu toch ook niets bepaalds meer te doen heb."

Juffrouw Te Meetelaar knikte en had nu ook iets op haar gelaat, dat veel geleek op een geheimzinnig lachje.

„Dat is zoo," zei ze dan. „Het doel van je reis was alleen maar om die philippine te winnen."

„Zeker."

„En die heb je gewonnen."

„Daarom."

„Je hebt daar eigenlijk nog zoo weinig van verteld. Je schoonzoon was natuurlijk vreeselijk verrast toen hij je daar eensklaps zag opdagen!"

„O ja; het was een alleraardigste ontmoeting."

„Ik ben er nog altijd een beetje trotsch op," vervolgde

Sluiten