Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geheelonthoudster, maar voor champagne maak ik altijd een uitzondering."

„Ober!" riep mevrouw van Doesselaer en in een soort overmoedige bui trok ze den voorbij schietenden man aan zijn gegaloneerd jasje; hij maakte een halven slag om in zijn aldus gestuite vaart, was op het punt om heel grimmig te worden door die stoornis en om het rare figuur wat hij sloeg, maar toen mevrouw van Doesselaer met haar vingerpunt wees op een plaats in de wijnkaart, ontspande zijn grimmige gelaatstrekken zich dadelijk tot een dienstvaardigen grijns.

„Moët et Chandon. Sec. Ach so. Gern Gnadige Frau. Sofort Gnadige Frau!" en dan schoot hij weer haastig verder.

De knal van den Champagnekurk boven het geklikketik van het eetlawaai trok wel de aandacht; de Ober schonk den parelenden wijn in hooge kelken, drie volle bruisende glazen.

„Mevrouw van Doesselaer, Uw gezondheid!" toastte mevrouw Paling.

„En op de bestendiging van onze vriendschap!" voegde mevrouw Volkers er bij.

Met knikjes en lachjes en tinkende kristalstootjes, beantwoordde mevrouw van Doesselaer de toasten over de in een servet gewikkelde flesch in den zilveren koelemmer heen.

„De vierde stoel schijnt gelukkig vrij te blijven!" sprak ze dan. „En dat is alweer een leuke tref, want ik zie, dat het de eenige onbezette stoel is in de heele Speisewagen. En dat vind ik heerlijk, want nu blijven we zoo echt knus onder ons...!"

„Lieve schat," zei meneer Pardus, die met zijn echtgenoote in een derde klas coupé zat. „Realiseer toch, dat er op 't oogenblik niets anders met ons aan de hand is dan het gewone verschijnsel, dat we tijdelijk, zeer tijdelijk, in een putje terecht zijn gekomen!"

Ze had een heelen tijd met gesloten oogen gezeten, maar nu opende ze die.

„Ja, smoes maar.. ." sprak ze zuchtend, „als jij me daar

Sluiten