Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan nu eiudelijk maar weer eens uithaalt. Later kunnen we nog lang genoeg in een put liggen!"

„Eindelijk!" herhaalde hij, „Je praat er over of we al weken in de penarie zitten. Gekheid! We hebben een volle week als een volslagen Hertogelijk paar champagne gedronken, oesters, caviaar en kreeft gegeten, rond geboemeld zonder zorgen en als jij bij de roulette..

„Schei uit over die roulette!" viel ze ongeduldig uit. ,,'t Was jouw schuld!"

„Mijn schuld? Toe nou kind! Wie speelde er, jij of ik?"

„Ik. Maar toch was 't jouw schuld. Ons kamernummer was 173, dat 's elf, tel maar op; de taxi had nummer 3422, dat 's elf, tel maar op, mijn entreeticket voor 't Casino was 312203, dat 's elf, tel maar op. Dan zet elk verstandig mensch toch met een gerust hart duizend franc op elf voor plein! O zoo! Maar 't lag aan dat smerige horloge van jou of aan jouw dom ongeduld, weet ik veel. Elf minuten over elf zou de groote sjans er wezen, dat snapt een kind. Ik wou wachten, 't was elf uur acht, maar nee, jij had haast, „Toe maar", zei je, „Toe nu maar" en toen, om jou je zin te geven zette ik en de duizend franc gingen pleite. Nogal logisch! Had ik mijn zin gedaan, dan bezaten we nou drie duizend vijf honderd franc, vader, plus wat er dan misschien nog was bij gekomen! O zoo! Hoeveel heb je nog?"

Hij haalde wat los geld uit zijn broekzak, toonde het haar.

Ze haalde heur schouders op.

„Zeven mark veertig" telde ze vlug en dan trok ze meteen met een verachtelijk gebaar haar neus op.

Hij schudde het hoofd, terwijl hij haar aanzag.

„Ik ken je niet terug, kind, waarachtig ik ken je niet terug. Je bent anders nooit zoo bang voor een putje! Ben je niet lekker?"

„Zoo lekker als kip."

„Nou dan. Redeneer dan eindelijk eens verstandig. Ons leven is nou eenmaal zoo'n „scenec railway" je weet wel uit een Luna Park, zoo'n karretje op wielen, dat langs bergen

Sluiten