Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en dalen stort, het uitzicht en het vooruitzicht is altijd even mooi; na een berg val je altijd in een dal met zoo'n karretje, maar na zoo'n dal schiet je ook altijd weer een berg op en verongelukken doe je nooit!"

„Ja, ja," sprak ze, „maar ik wou, dat jij dat karretje van ons dan nou maar es 'n goeie oppeut naar boven gaf, want dat dal hier verveelt me al lang!"

Hij schudde het hoofd weer.

„Denk nou es terug aan Interlaken. Hoe zaten we daar? Die morgen op het balcon met nog minder cash dan nou! Was dat soms geen dal? Dat was je reinste put! En geen schijn van kans op een Anschlussie. En wat gebeurt er? Weet je 't nog? Ik kijk over 't balcon en laat me daar nou regelrecht uit de hemel een juweel van een Anschlussie op me toe komen rijen in een two-seater. En twee dagen later had ik zoo'n dikke bom duiten te pakken, dat ik scheef liep! Allemaal gekheid! Maar ik vind het beroerd, dat ik nou alleen naar de Speisewagen ga en jou hier moet laten."

„Dat 's het minste," antwoordde ze. „Beter dat er één honger lijdt dan twee en die kreeften-mayonnaise van gisteren zit me toch ook nog dwars. In de Speisewagen heb je weer kans op een Anschlussie, dat zou de eerste keer niet zijn, dus ga jij je gang maar, vader! Want als je hier blijft, krijg je zeker geen tuk! Gap wat vruchten voor me!"

„Dat spreekt." Hij stond op. „Was ik toch al van plan. Misschien nog wel wat anders ook."

„Maar geef me sigaretten."

Hij haalde zijn koker te voorschijn, die nog goed gevuld bleek te zijn, gaf er haar vijf.

„Zoo," sprak hij dan, „en nou zullen we es zien of er in de Speisewagen geen mesjokke millionnair zit of een halfgare douairière, die niet buiten me kan! Tot zoo, kind."

Meneer Pardus streek bij wijze van afscheid even met zijn hand over de gepoederde wang van zijn echtgenoote en verHet dan de coupé.

„Ach so, Sie kommen spat," zei de Ober.

Sluiten