Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XXIX.

De Ober had angstvallig de honneurs waargenomen aan het tafeltje der drie dames en er vooral zorg voor gedragen, de drie glazen met de zoo vroolijk stemmende fijn-bruisende champagne onmiddellijk weer te vullen, toen ze leeg waren of althans toen de Ober meende, dat dit het geval was.

De dames hadden er erg om moeten lachen en nog blonk die lach, na een ferme teug uit dat tweede glas, in de oogen van mevrouw Volkers, toen deze jolige glans eensklaps plaats maakte voor een opensperring dier oogen met een uitdrukking van schrik.

„Gut..zei ze.

„Wat is er?" vroeg mevrouw Paling.

„Daarginds . .." fluisterde mevrouw Volkers haastig, „bij de ingang... Mr. Pardus ... de Ober wijst op ons tafeltje . . . de vrije stoel. . ."

„Mr. Pardus?" herhaalde mevrouw van Doesselaer en ze werd plotseling vuurrood.

„Stil!" gebood mevrouw Paling, wier oogen fonkelden, zacht. „Als hij komt... en het hart heeft. . . laat mij begaan . . . ja, ik zie 't in de spiegel... hij komt hierheen... kalm blijven.. niet opkijken voor ik hum .. . laat mij begaan . . . laat mij . . ."

Ze staarden alle drie strak voor zich met gesloten monden en stijf op elkaar gedrukte lippen, de oogen gericht op de borden, op welke de nog niet aangeroerde eerste gang: Tarbot met tomatensaus en aardappelpuree, was geschept.

Er viel een schaduw, het vaag-onbestemde gevoel was er, dat iemand bij het tafeltje stond, dan zagen de neergeslagen oogen door de wimpers heen, dat een hand met een grooten

Sluiten