Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weerleggen mevrouw. Het is voor mij alleen nog maar de vraag of ik mezelf ook beschuldig en op die vraag . . ." en meneer Pardus richtte nu even het bovenlijf trotsch omhoog en maakte met de hand, in welke hij zijn vischvork hield, een gebaar naar de plaats waar zijn hart zat, „en op die vraag kan ik. . . Goddank! . . . met een gerust geweten fluisteren : Neen! . . . Ik herhaal: Neen!" en na die fiere woorden, maakte meneer Pardus met een geraffineerde snelheid en een smakelijke handigheid de witte visch los van den grooten graat en consumeerde die goede gave der zee met een schier verontrustende hoeveelheid aardappelpuree en saus.

En toen hij daarmee klaar was, haalde hij uit zijn zak een stuk vetvrij papier en tot stomme verbazing der drie dames, welke verbazing weldra overging in een soort afgrijzen, legde hij daarop het tweede stuk visch, overschepte dat met een flinke lepel roze tomatensaus, bedekte die combinatie met een dot aardappelpuree, maakte van het geheel een wat week pakje en stak dat in zijn binnenzak.

Terwijl hij dit deed, peinsde meneer Pardus nog maar steeds hoe hij zich uit het huidige perikel nog met eenige winst zou kunnen vrijmaken, doch zijn flair, zijn good-luck was hem ook ditmaal gunstig.

Mevrouw van Doesselaer eerst, doch daarna ook mevrouw Volkers en ten slotte waarlijk eveneens de manhaftige mevrouw Paling, wisselden na van hare verbazing en haar afgrijzen een beetje bekomen te zijn, onderling, met een zacht hoofdschudden gepaard gaande blikken van deernis en het scheen wel, dat meneer Pardus deze stille uitingen van sympathie opmerkte, want met een heesche stem en een begeleidende zucht sprak hij :

„Voor mijn vrouw."

„Maar waarom komt Uw vrouw dan ook niet hier in de Speisewagen?" vroeg mevrouw Paling met een hoorbaar verwijt in haar stem.

Meneer Pardus zag haar met een treurigen glimlach aan, maakte dan een gebaar van machteloosheid met de hand en haalde even zijn schouders op.

Sluiten