Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

streng rhythmisch. En mijn schoondochter kan juist geen behoorlijk rhythme in haar passen brengen. Daar moet zij zich nog in oefenen. En dat maakt dat mijn zoon, ofschoon hij natuurlijk veel en veel sterker is dan zijn vrouw, dan toch wel eens moeite heeft om haar bij te houden!"

„Ah, precies," zei Paps.

„Ja. Hij klaagt daar trouwens wel eens over en het is ook heel vervelend voor hem. Hij zegt: Dan loop ik naast haar, maar dan schiet zij ineens vooruit en als ik haar dan met een versnelde pas weer inhaal, dan blijft zij ineens weer achter en schiet ik schijnbaar naar voren."

Paps knikte begrijpend.

„Ja, ja, dat lijkt me inderdaad erg vermoeiend, vooral voor een wetenschappelijk getrainde athleet. Maar ze zouden het misschien kunnen voorkomen, als ze elkaar een arm gaven."

Mevrouw van Haemsteede schudde het hoofd.

„Nee, dat schijnt wel zoo, maar dat gaat ook niet. Want Lucie loopt ook nooit in de pas en dan maakt dat zoo'n wonderlijke indruk op de voorbijgangers ... ze wiebelen dan schijnbaar naast elkaar zoo op en neer . . ."

„Ik geloof, dat ze daar juist komen," sprak Maud, die aan de eeretafel een paar oudere dames en heeren was komen aanspreken, „ik zal ze eens tegemoet gaan!" en Maud snelde tusschen de vroolijke menschengroepjes door naar het linker inrijhek.

En inderdaad stapte daar juist, rechtop en met een wat houterige fierheid, de zoo plotseling ont-hangmatte Lucie met overmatig groote en snelle passen naar binnen, terwijl eenige meters achter haar Christiaan op een soort aemechtig sukkeldrafje volgde, met doorzakkende knieën en overigens met geheel de allure van iemand, die wat men noemt, „geen been meer heeft."

„Och, mevrouw van Haemsteede wat aardig, dat U en Uw man ook nog komen!" sprak Maud. „Herkent U me nog? We hebben elkaar even gesproken op dat caféterras in Thun."

„O ja, zeker, natuurlijk!" antwoordde Lucie, wier slaperig-

18*

Sluiten