Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verband dan ook telkens genoemd wordt. Waarom het kind echter minstens even graag met modern speelgoed zooals autos, treintjes en vliegmachines speelt, blijft onverklaard. Zelfs ten opzichte van het spel met pijl en boog kan men zich afvragen of het niet eerder berust op imitatie van schutters uit geschiedkundige- of Indianenverhalen dan op een atavisme. Dat een jongen, door bijvoorbeeld veel met pijl en boog te schieten, daardoor zijn jachtlustige neigingen zou kwijtraken, of dat een meisje, dat in haar jeugd veel met poppen speelde, daarom later een slechte moeder worden zou, wordt door de feiten gelogenstraft, hetgeen niet wegneemt, dat H a I I's opvatting ons een stap nader in de goede richting brengt, zooals later blijken zal. Vooral is van beteekenis, dat hij onze aandacht vestigt op de verwantschap van kinderspel en bezigheden van hedendaagsche primitieven en op de overeenkomst van vele spelen over de geheele wereld.

Verwant aan de voorgaande theorie is die van Harvey A. Carr'l. Deze meent, dat het spel bij kinderen zoowel als bij volwassenen, zoo nu en dan dient als uitlaatklep voor primitieve neigingen, die daarbij echter niet afgereageerd, maar gekanaliseerd, dus in ongevaarlijke banen geleid worden. Verder worden volgens Carr in het spel nieuw-verworven functies onderhouden en opgefrischt, terwijl mede de groei van het lichaam er door bevorderd wordt.

K a r I G r o o s2), die uitgebreide onderzoekingen wijdde aan het spel van mensch en dier, neemt in zijn voor-oefening stheorie een ander aspect van het spelverschijnsel in beschouwing. Groos stelt zich op biologisch standpunt en schonk daarom ook groote aandacht aan het spel der dieren3). Hij meent, in tegenstelling met Hall, dat het spel op de toekomst gericht is en niet dient ter herhaling van bezigheden, die zoo grondig mogelijk afgereageerd moeten worden, maar als voorbereiding en vooroefening voor toekomstige bezigheden. De spelen vinden hun oorsprong niet in één speelaandrift, maar

') H. A. Carr: The survival values of play. Colorado, Dl. I, 1902.

2) K. Groos: Die Spiele der Menschen. Fischer, Jena, 1899.

3) K. Groos: Die Spiele der Tiere. Fischer, Jena, 1896.

Sluiten