Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Phantaseeren of, wat voor F r e u d hetzelfde beteekent, dagdroomen is een van de uitingsvormen van het geestesleven, waarmee de mensch, wanneer de realiteit hem de door zijn driftleven nagestreefde rechtstreeksche bevredigingen niet kan

verschaffen, poogt het verlangde genot, zij het in hallucinatoiren vorm, toch nog te beleven. Zoodra een drift naar ontlading dringt, ontstaat er namelijk een voor het individu onaangenaam, onrustigmakend gevoel van spanning, waardoor de wensch opkomt naar de voor den drift adaequaten vorm van bevrediging, die een lustvolle ontspanning teweeg zal brengen. Is deze wensch in zijn oorspronkelijken vorm, door remmende invloeden uit de buiten- of binnenwereld, onvervulbaar, dan zal deze zich uiten in een geoorloofden, min of meer verhulden vorm, zooals in den droom, den dagdroom of het spel. Op deze verhulling komen wij later terug.

Bij het spel gaat het er dus ook steeds om „Lust zu gewinnen". Volgens F r e u d dient men het spel in de eerste plaats te bezien als een uiting van wat hij noemt het „oekonomische Prinzip", dat onze psychische organisatie beheerscht en lust vergaren en onlust vermijden tot doel heeft.

Zoo staat het spel dus steeds in dienst van een wensch. In meer genoemde verhandeling1) luidt het: „Das Spielen des Kindes wurde von Wünschen dirigiert, eigentlich von dem einen Wunsche der das Kind erziehen hilft, vom Wunsche: gross und erwachsen zu sein. Es spielt immer „gross sein", imitiert im Spiele, was ihm vom Leben der Grossen bekannt worden

iSt". j' ! V

F r e u d wijst er op, dat het kind al die belevingen, die een sterken indruk op hem gemaakt hebben, lang achtereen herhaalt als spel. Dat daaronder in de eerste plaats de handelingen van de groote, machtige, zoo zeer bewonderde volwassenen vallen, spreekt wel van ^

Moeilijk in overeenstemming te brengen met zijn theorie, dat bij het spel steeds de bedoeling voorligt lust te verkrijgen, acht

rreud het feit, dat juist hoogst onaangename belevingen —

') I. c. blz. 232.

V R . kA» * - , 1 1 v i 1 & . 1 li

Sluiten