Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

F r e u d stelt zich het ongeboren kind voor als te verkeeren in een toestand van algeheele bevrediging, van wenschlooze tevredenheid. Alles wat het maar verlangen kan is ongevraagd reeds aanwezig: voedsel, warmte, veiligheid en rust.

Ferenczi noemt deze phase de „Periode der bedingungslosen Allmacht". Dan volgt de geboorte, met alle voor het kind hieraan verbonden ellende, zooals bekneldheid en benauwd¬

heid. Na de geboorte zijn aanvankelijk alle vroegere heerlijkheden verdwenen: het kind moet zelf ademhalen, is niet meer veilig beschut tegen geluiden en koude, hetgeen ongetwijfeld een sterk gevoel van onlust teweegbrengt en den vroegeren . ($ toestand doet terugwenschen.

Nu meent Ferenczi te mogen aannemen, dat het kind zich daarom den vroegeren toestand als het ware hallucineert. De volwassenen immers raden zijn wensch en komen eraan tegemoet: zij leggen het kind in een rustige omgeving in een warme wieg en de zuigeling geeft blijk hiermee tevreden te zijn, want hij reageert hierop met spoedig in slaap te vallen. Het kind, dat zich van de verzorging door zijn omgeving niet bewust is, / ( krijgt den indruk, dat het voor het in vervulling komen van zijn wenschen voldoende is, zich deze voor te stellen. Hij verkeert dus in de meening, magische capaciteiten te bezitten, waardoor hij alle wenschen, uitsluitend door zich de vervulling ervan voor te stellen, kan bevredigen. Vandaar dat Ferenczi deze phase de „Periode der magisch-halluzinatorischen Allmacht noemt.

Er komen echter al gauw momenten, waarop het niet voldoende is zich de vervulling van zijn wenschen voor te stellen, om deze bevredigd te zien. De omgeving weet immers niet, zonder op eenigerlei wijze te zijn gewaarschuwd, op welk moment het kind een bepaalden wensch koestert. Door bepaalde signalen te geven, zooals trappelen en huilen, moet het kind eerst zijn omgeving op zijn wenschen opmerkzaam maken. Dan pas kan wenschbevrediging volgen. Met de ontwikkeling van het kind nemen de wenschen toe en worden zij gecompliceerder. Om toch nog „almachtig" te kunnen zijn, moet het kind aan steeds meer voorwaarden voldoen, in den vorm van het geven van gedifferentieerde, bij eiken wensch passende signalen, bijvoorbeeld het maken van zuigbewegingen wanneer

Sluiten