Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de menschen wonen verschillende zielen, dragers van de goede en kwade eigenschappen van den mensch. Deze zielen kunnen van den eenen naar den anderen mensch verhuizen. Om over deze geesten macht te kunnen uitoefenen bedienen de primitieven zich van bepaalde voorgeschreven handelingen, waaraan een magische uitwerking wordt toegeschreven. Ze behooren tot wat Freud noemt „die Technik des Animismus . Hierdoor meenen zij de macht te bezitten, de natuur naar hun wil te zetten, zich te beschermen tegen vijanden en gevaren, de vijanden nadeel te berokkenen of zelfs te doen sterven. Alle magische handelingen dienen ter verwezenlijking van gekoesterde wenschen. De vervulling daarvan kan men bereiken door een handeling te verrichten, die min of meer overeenkomst vertoont met het gewenschte. Het eigenaardige in onze oogen is nu juist, dat deze volkeren vast ervan overtuigd zijn, dat de uitbeelding van het gewenschte ook de vervulling ervan teweegbrengt en het behoeft dan ook niet te verwonderen, dat ^ zij zich dagelijks van deze magische middelen bedienen en dat hun leven er eigenlijk geheel door beheerscht wordt. 5--,

Het is juist deze almacht, toegekend aan de uitbeelding van een wensch, door Freud „motorische Halluzination" genoemd, waarin de overeenkomst ligt tusschen magische handeling en spel. Freud zegt dan ook in „Animismus, Magie und Allmacht li der Gedanken"1): „An seinem (van den primitief) Wunsch .

hangt ein motorischer Impuls, der Wille, und dieser wird

jetzt dazu verwendet, die Befriedigung dar zu stellen, so dass man sie aleichsam durch motorische Halluzinationen erleben f.

kann. Eine solche Darstellung des befriedigten Wunsches

ist dem Spiele der Kinder völlig vergleichbar, Ter

illustratie hiervan het volgende door Freud gegeven voorbeeld: wenschen de Japansche Ainos regen, dan trekken sommigen van hen een door een zeiltje en roertje tot boot gemaakte bak achter zich aan door de akkers, anderen vergezellen hen, water uitgietend door groote zeven, onder het imiteeren van wind en wolken. Zij verkeeren in de vaste overtuiging, dat het hierna werkelijk zal gaan regenen.

') S. Freud : Ges. Schr., Bd. X, blz. 104.

Sluiten