Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

namelijk die van F. J. J. B u y t e n d ij k1). Buytendijk bedoelt een theorie te geven van alle spel, dus ook van dat der dieren.

Aan elk jeugdig organisme is, zoo zegt Buytendijk, een primaire bewegingsdrang eigen, die richting- en doelloos is en zich kenmerkt door heen-en-weer-beweging. Deze bewegingsdrang komt tot uiting in twee polaire tendenzen: eenerzijds de bevrijdingstendenz, die streeft naar opheffing van gebondenheid en druk en door vlucht, afweer en strijd voert tot zelfstandigheid en zelfhandhaving. Anderzijds de erotische binding of libido, die zich richt op individuen, dingen en bewegingen, door de lokking die daarvan uitgaat. Door den drang tot vereeniging met het lokkende, neigt de libido tot subjectopheffing, dus tot zelfvernietiging (Todestrieb). Onafhankelijk van deze twee tendenzen doet de herhalingstendenz (herhalingsdrang) zich gelden, hetgeen gepaard gaat met den lust van het terugvinden van de identiteit.

Buytendijk ziet in zijn conceptie van de aandriften tot het spel niet meer dan een voorloopige poging tot oplossing van dit probleem. Hij ziet geen kans op de vraag betreffende de grondaandriften een klaar en helder antwoord te geven en zegt, dat eerst een dieper onderzoek naar de fundamenteele activiteiten en reacties van mensch en dier noodig is.

De bevrijdingsdrang en de libido drijven het individu naar de beelden der dingen. Deze beelden hebben de ambivalente eigenschap te lokken en af te stooten. De nieuwe, onbekende mogelijkheden lokken eensdeels aan, anderdeels stooten zij door den angst voor het vreemde af. De sfeer der beelden is die van de phantasie, van den schijn, van de mogelijkheden en van de symbolen, die de reëele objecten representeeren. Dat het kind de wereld van de phantasie tot zijn terrein van spelactie kiest, heeft volgens Buytendijk zijn oorzaak in den angst, dien de reëele wereld hem inboezemt. Spelend durft het kind wel met de angstwekkende, maar toch lokkende buitenwereld te experimenteeren, waardoor het zijn actieradius steeds

') F. J. J. Buytendijk: Het spel van mensch en dier. Kosmos, Amsterdam, 1932.

Sluiten