Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aangekleed worden wilde zij echter niet; ze kneep, om dit te verhinderen, haar armpjes tegen haar lijfje aan en was op geenerlei wijze tot toegeven te bewegen. Met 9 maanden liep ze als een „kievit". Toen ze ongeveer 1 jaar was, vlak na (!) de geboorte van haar broertje Jan (meer broertjes of zusjes heeft zij niet), smeet zij in hevige woede allerlei keukengerei kapot en scheurde, voor zoover zij er de kracht toe had, al haar kleertjes aan flarden. Op het broertje was zij zeer jaloersch en de moeder vertelt, dat Rietje meermalen trachtte het dood te slaan of van de tafel of van het bed af te gooien. Kort na de geboorte van Jantje kreeg ze kinkhoest en is ze daarvoor eenigen tijd buitenshuis verpleegd. Toen zij weer thuis kwam, was zij onhandelbaar. Eenigen tijd daarna, toen ze ongeveer l1/^ jaar was, kreeg ze voor het eerst de bovenbeschreven „opvliegingen" en nachtelijke angstaanvallen, die zij dus gedurende 9 maanden heeft. Hoewel zij reeds eenige weken geheel zindelijk geweest was, is zij nu weer onzindelijk in alle opzichten. Het kind blijkt lichamelijk gezond en is intellectueel zoowel als motorisch zeer goed ontwikkeld. Uit de inlichtingen blijkt, dat zij in haar eerste levensjaar erg verwend werd, aangezien haar moeder er niet tegen kon, als zij huilde. Ze kreeg dan ook bijna altijd haar zin, maar als toegeven onmogelijk was, klappen. Ging zij daardoor echter weer huilen, dan werd zij toch weer getroost. De opvoeding, die ze tot aan de geboorte van Jantje genoot, was dus slap en inconsequent, maar voor Rietje zelf, afgezien van enkele klappen, zeer aangenaam. De vader bemoeide zich, toen ze klein was, weinig met haar. Hij is een rustige, soms wat driftige man. Bij huisbezoek blijkt, dat het kind materieel goed verzorgd is. Het is een klein, verveloos, maar zindelijk huisje aan een landweg, met een ruim erf, waarop een groote zandbak. Het erf is omgeven door een stevig, ijzeren hek van ruim een meter hoogte, hetgeen hier vermeld wordt, omdat de moeder vertelt, hoe Rietje hier op 1 y2-jarigen leeftijd telkens als een kat tegenop klom en er zich overheen liet vallen. Hoewel zij daarbij veelal vrij onzacht scheen neer te komen, sprong zij altijd meteen weer op, om het kunstje te herhalen. Kleinzeerig was zij dan ook heelemaal niet.

Sluiten