Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hulde spelen kunnen voorkomen, blijkt uit deze spelhandelingen. In plaats van het pappa-popje en mamma-popje laat zij autotjes tegen elkaar botsen. De roode auto beteekent dus niet alleen attribuut van den vader, maar ook de vader zelf, een duidelijk voorbeeld van de rol, die verdichting en symboliek bij de verhulling van den latenten spelinhoud hebben. Het andere, kleinere autotje vervult de rol van de moeder.

Ter verkrijging van eenige nadere gegevens, vooral over Rietje's verhouding ten opzichte van haar vader, werd een tweede huisbezoek gedaan gedurende het middagslaapje van het kind. Het blijkt, dat het kind altijd lief en aanhalig is tegen haar vader. Alleen wanneer deze zich met Jantje bemoeit of met zijn vrouw stoeit, wordt ze woedend, roept: „(Ver)dómme, mag niet pappa!" (dus net als 's nachts), treitert hem daarna (z'n koffie omgooien, broertje aan het huilen maken, enz.) en is uren lang volkomen onhandelbaar. Gedurende zijn afwezigheid is zij soms uiterst onaardig en agressief tegen haar moeder. Zoodra zij de auto hoort aankomen, rent ze haar vader tegemoet en ontvangt hem met de woorden: „Pappa, Rietje lékke mamma 'eplaag(d)!" Of zij zoo handelt om hem te plagen dan wel om zijn genegenheid te winnen, was niet uit te maken. Zij is echter tevens zeer gehecht aan haar moeder en doodsbang, haar te verliezen. Laat deze haar soms eenigen tijd alleen, dan gooit zij, wanneer huilen niets uitwerkt, in koppige woede b.v. een vaas door het raam. Volgens haar moeder kiest zij op zulke momenten bij voorkeur vazen of kommen en wanneer men bedenkt, dat juist die voorwerpen symbolen voor „de vrouw" kunnen zijn, is het niet onwaarschijnlijk, dat men, gezien haar ambivalente instelling, hierin een wraakzuchtige, magische handeling dient te zien: „Nou wil ik je niet eens meer bij me hebben, nou stuur ik je zelf weg". Opvallend is, dat zij dikwijls uren later, b.v. als zij naar bed wordt gebracht, ineens met een van angst vertrokken gezichtje haar armpjes om moeder's hals slaat en smeekt: „Mamma niete weggaan, Rietje niete vaasies gooi, lief zijn". En dit, terwijl zij voor haar vernielzucht in het geheel geen straf of booze woorden heeft gehad. „Dan kan ik wel aan één stuk boos zijn" zegt haar moeder. Het kind verkeert dus blijkbaar

Sluiten