Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

drukking op haar boos gezichtje, alsof het een taak was, die zij te volbrengen had. Toen ik dit later aan de moeder vertelde, zei deze: „Zoo doet ze nou zoo vaak tegen mij!" In elk geval was deze bekogeling een eerste teeken van contact, zij het een negatief. Zij nam nu tenminste notitie van mij, hetgeen noodig is om in therapeutisch opzicht iets te kunnen bereiken. Pogingen om den angst te verminderen, met behulp van het middel, dat Melanie Klein aangeeft, n.l. het kind te duiden, waarom het verwachtte dat moeder weg zou gaan, mislukten, omdat Rietje niet begreep wat ik bedoelde. Daar ik toen nog niet op het idee gekomen was, het met gespeelde duidingen te probeeren, zag ik geen kans haar angst te verminderen. Hoe weinig zij op haar moeder vertrouwde, blijkt uit het volgende: Vóór zij naar binnen ging, had zij haar moeder op de bank in de gang zien zitten,- haar moeder's jas en hoed hadden wij mee naar binnen genomen, uit ervaring wetend, dat dit soms zeer. geruststellend werkt. Toen zij echter door het raam keek en uit een tegenover de speelkamer liggend gebouw een vrouw, met jas en hoed op, weg zag gaan, geraakte zij in doodsangst, gilde: „Mamma weg! Mamma weg!" en kalmeerde pas, toen zij haar moeder in de gang zag zitten. Wellicht zou het na eenige keeren volhouden gelukt zijn, dezen angst toch te overwinnen; de moeder had echter (overigens zeer begrijpelijk) te veel medelijden met haar om door te zetten, zei bovendien, het nut van „al dat gespeel" niet in te zien, dacht, dat drankjes beter zouden helpen en bleef ten slotte weg. Opmerkelijk is, dat zij, voorgevend dat het te lastig was, zelfs de slaapplaats van het kind niet wenschte te veranderen, hoewel uit haar bovenvermelde bekentenis bleek, dat zij zeer goed wist, dat het kind in de kamer van de ouders meer gezien had, dan goed voor haar was.

Het spreekt vanzelf, dat in therapeutisch opzicht in het geheel niets bereikt werd. Door de vrij uitvoerige anamnese en de betrekkelijke vruchtbaarheid der weinige speluren, is het echter toch mogelijk, eenig inzicht in oorzaak en beteekenis der neurotische verschijnselen van dit kind te verkrijgen.

Het is al direct opvallend, hoezeer deze verschijnselen overeenkomst vertoonen met die van manisch-depressieve patiënten.

Sluiten