Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werken1). Deze voorwaarden vinden wij, meer of minder duidelijk, terug in de ontwikkeling van het driftleven van Rietje. De aanwezigheid van deze voorwaarden vormt een dispositie tot het verkrijgen van een manisch-depressieve psychose. De opvallende gulzigheid aan de borst, haar heftige protestreacties, wanneer zij niet dadelijk of onvoldoende de borst kreeg, het vroegtijdige spenen, de reactie hierop in den vorm van het weigeren van de flesch en haar bijterigheid wijzen o.i.' eenerzijds op een versterkt oraal driftleven, anderzijds op een fixatie aan de oraal-sadistische phase. Dat de eerste objectbezetting bij R i e t j e tot een desillusie heeft geleid, wordt door haar gedrag na de geboorte van haar broertje gedemonstreerd. De agressieve uitingen tegen de moeder en Jantje alsmede ten opzichte van vazen en keukengerei, dienen o. i. als een reactie op een ondervonden teleurstelling te worden beschouwd. Freud2) wijst in dit verband op een analoge reactie van den kleinen Goethe na de geboorte van zijn broertje. (Goethe, Dichtung und Wahrheit). Dat Rietje er nog niet in geslaagd is, haar Oedipale strevingen te overwinnen, blijkt duidelijk uit haar gedrag en spel. Gedurende de drie speluren concentreert zich vrijwel al haar belangstelling op haar vader en op datgene, wat met hem in verband staat. In het laten botsen der autotjes, vergezeld van de woorden: ,,'edomme, mag niet pappa" weerspiegelt zich haar wensch, vader voor zich alleen te willen hebben. Welk een kwelling het bijwonen van de intimiteiten der ouders voor het kind geweest moet zijn, kan men hieruit eenigszins begrijpen. Haar frequente masturbatorische handelingen evenals haar aanvallen van pavor nocturnus hangen waarschijnlijk samen met haar nachtelijke observaties.

Wat haar spel betreft, kan het volgende worden opgemerkt: Haar spel blijkt reeds vóór het derde jaar een verhuld karakter

Zie verder over de psychologie van de manisch-depressieve psychose: E. A. D. E. Carp: De psychopathieën. Scheltema en Holkema. A'dam, 1932, Hfdst. 6, blz. 417 e.v.

2) S. Freud: Eine Kindheitserinnerung aus „Dichtung und Wahrheit". Ges. Schr. Bd. X, blz. 357.

Sluiten