Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

xA

dat hij struikelde. Zoo'n behandeling was hij in het geheel niet gewend en hij begon dan ook, na te zijn opgekrabbeld, erbarmelijk te huilen, waarbij hij opeens bewusteloos achterover viel en zijn eerste aanvalletje kreeg. Sindsdien kreeg hij ze geregeld terug, wanneer hij iets onaangenaams ondervond. Opvallend is, dat hij, na weer tot bewustzijn gekomen te zijn, niet alleen niets meer blijkt te weten van het aanvalletje, maar ook de onaangename aanleiding ertoe vergeten is. Krijgt hij b.v. een aanval, omdat hij iets moet doen, dat hem niet aanstaat, dan voert hij het gevraagde erna spontaan, zonder eenig verzet uit. Het verzoek herinnert hij zich dus wel. De afkeer

van het gevraagde is echter blijkbaar na den aanval uit het

bewustzijn verdwenen. Hij heeft nooit last gehad van stuipen.

De eerste ontwikkeling toont overigens ook niets bijzonders.

Hij liep met 10 maanden, begon vroeg te praten en was eenigen

tijd voor zijn eersten aanval reeds geheel zindelijk. Omstreeks

dien tijd viel het de moeder voor het eerst op, dat hij soms

masturbatorische handelingen uitvoerde, die echter geleidelijk

weer verdwenen. Verboden heeft zij het hem niet, alleen wel

eens gezegd, dat zij het niet prettig vond, dat hij dat deed.

De vader heeft zich er echter wel boos om gemaakt. Met

1 jaar en 6 maanden — dus een maand na zijn eersten aanval

— kreeg hij kinkhoest, waarvoor hij in een kinderziekenhuis

werd opgenomen. De ten gevolge hiervan noodzakelijke ~)

scheiding van zijn ouders heeft hij ellendig gevonden en hij ^

was doodongelukkig als zijn moeder hem, na haar bezoeken,

toch weer in het ziekenhuis achterliet. Weer thuis gekomen „ ^

was hij lastiger en driftiger geworden. Bovendien was hij on- <y-

rustig en bevreesd, dat zijn moeder weer van hem weg zou

n tnoctrinri hvloof ~7r\r\ hii nn riphnnrtp VC1 n

\j\A\Ait. , "'I .w .

zijn zusje slaapstoornissen erbij kreeg. Hij was toen 3 jaar oud. De moeder was voor de bevalling in een ziekenhuis opgenomen en gedurende deze veertien dagen had H e n n y grooten angst, dat zij niet meer bij hem terug zou komen. Hij wilde nadien niet meer inslapen, riep telkens om zijn moeder om te weten of zij nog beneden was; sliep hij eenmaal, dan werd hij herhaaldelijk wakker, om onder het voorwendsel een plasje te moeten doen, zijn moeder bij zich te roepen. Soms had hij

â€ĒV

Sluiten