Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

normaal verloopen. Hij was vroeg zindelijk. Met iy2 jaar is hij met zijn ouderen broer uit de ouderlijke slaapkamer verwijderd. Van masturbatie is nooit iets gemerkt. De aanpassing thuis blijkt goed. Hij is rustig van aard en gezeggelijk, kan met zijn 1 jaar ouderen broer en 6 jaar jongere zus over het algemeen goed opschieten en heeft veel vriendjes, met wie hij graag, bij voorkeur op straat, speelt. Hij huilt spoedig, maar kan vlak daarop in een lach schieten. Zijn vader is driftig van aard, koppig en heerschzuohtig. Hij slaat er gauw op los, maakt vaak aanmerkingen en heeft steeds iets te verbieden. Zijn wil wensoht hij steeds doorgezet te zien. Dit wordt aldus gemotiveerd: „Mijn vader was ook streng, ik kreeg ook vaak slaag en ik ben hier de baas". Wim heeft dan ook dikwijls, vooral vanwege zijn tics, slaag gehad. Terwijl de oudste zoon tegenover den vader brutaal van zich afbijt, slikt W i m alles en zorgt hij er angstvallig voor, uit vader's buurt te blijven. Ook W i m's moeder is kort aangebonden. „Ik heb gauw een grooten mond en ik sla ook vaak, maar niet hard". Voor zijn moeder is W i m niet bang. Als hem een of ander door zijn moeder verboden wordt, trekt hij er zich opzettelijk niets van aan en krijgt hij een klap, zoo vindt hij het juist leuk en lacht er om. Uit ziahzelf vertelt de moeder, dat W i m den laatsten tijd vaak „zulke wijze vragen" stelt. Deze vragen blijken steeds betrekking te hebben op het geboortevraagstuk: waar of hij en zijn broer en vooral zijn zusje toch vandaan gekomen zijn. „Hij gelooft het niet als ik hem zeg, van den ooievaar of van Onzen Lieven Heer, ik heb hem daarom ook als eens gezegd, dat hij niet alles hoeft te weten en dat hij het later wel zou hooren". De moeder heeft er ook bezwaar tegen, dat wij hem op dergelijke vragen het juiste antwoord geven.

Ons advies bij den aanvang der behandeling luidt: Ophouden met vitten en slaan en geen notitie nemen van den tic.

1ste behandelingsuur.

Spel: We laten, gedurende ruim een half uur, elk aan een zijde van een tafel gezeten, een opwindbaar autotje en een dito vliegmachinetje op elkaar toerijden. Wim heeft het autotje. Het valt op, hoe angstig en met hoeveel zorg hij een

Sluiten