Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3de behandelingsuur.

Verloop: De toestand is onveranderd gebleven.

Spel: Weer wordt een uur lang ononderbroken het spel met de auto en de vliegmachine herhaald. Hij toont nu veel minder angst als zijn auto aanvallend optreedt. Ettelijke botsingen worden veroorzaakt onder het slaken van strijdkreten als: „Nou ga je d'r aan, ik zal je wel krijgen, dóód zal je!" Vooral uit dit „dood zal je" blijkt, dat de auto een mensch, vermoedelijk zijn vader, symboliseert. We maken al spelend daarom opmerkingen als „Die kleine jongen (wijzend op zijn autotje) hoeft heelemaal niet bang te zijn voor zijn grooten vader (de vliegmachine). Vader krijgt hem toch niet dood. De kleine jongen is haast even sterk".

4de behandelingsuur.

Verloop: In de tic-verschijnselen is geen verandering gekomen. Het is thuis nog steeds „veel fijner dan vroeger".

Spel: Is geheel gelijk aan dat in het vorige uur.

5de behandelingsuur.

Verloop: Tic-verschijnselen onverminderd.

Spel: Hij laat onafgebroken de autos op elkaar toerijden en tegen elkaar botsen, nu echter zoo hard, dat ze verongelukken, waarna ze door de takelauto weer opgetakeld en hersteld worden.

6de behandelingsuur.

Verloop: Tic-verschijnselen zeldzamer geworden. De ouders zijn tevreden over den vooruitgang.

Spel: Hij rijdt met een zware, massief-ijzeren auto de lichtere wagens omver. Hij doet dit zóó wild, dat de wagens door de lucht vliegen. Dan komt er een nieuw element in zijn spel: Van plastiline maakt hij een groote pop, die hij „een politieagent met breede borst" noemt. Deze plaatst hij rechtop midden in de kamer, op dezelfde plaats waar tevoren de autotjes en beesten stonden. Daarna treft hij met de zware auto den „agent". Deze valt om. Hij juicht, rent naar het slachtoffer toe, laat de zware auto van eenige hoogte zoo

Sluiten