Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

veel met de 5- tot 7-jarige kinderen van een kennis gespeeld te hebben. „Hun moeder lijkt wat op die eerste juffrouw".

3de behandelingsuur.

Hij vertelt, dat hij telkens op school zit te droomen en dan heelemaal vergeet wat er om hem heen gebeurt. Als we hem vragen, waarover hij dan wel droomt, zegt hij: „Over wat ik zal gaan spelen". „Wat speel je het liefste?" „Zooals met Wim en Liesje", antwoordt hij. „Wat speel je dan met Wim en Liesje?" „Vadertje en moedertje, met poppen". „Hoe speel je dat dan, wat laat je die poppen doen?" „Nou", zegt hij, „dat ze naar school gaan, met hun moeder spelen, dat ze door hun moeder naar bed gebracht worden en eten krijgen en zoo". „Is er een pop bij, die net zoo heet als jij?" „Nee", zegt hij. „Is er een pop bij, die net zoo doet, als jij zou willen doen?" „Ja, dat wel", antwoordt hij. „Wat doet die Henkpop dan?" „O", zegt hij, voor het eerst in vuur gerakend, „die speelt als maar met zijn moeder en zijn moeder brengt hem naar bed, verzorgt hem en is lief tegen hem". „Wie verzint dat?" „Ik, ik laat Wim en Liesje alles spelen, wat ik wil, ik verzin altijd alles. Ik ben vader". Verdere details over het vader-en-moederspel zijn niet te verkrijgen. Vermeldenswaard is, dat nu ook blijkt, dat hij onder de les steeds zit te dagdroomen over den tijd, toen hij als kleine jongen thuis in de kamer steeds vlak bij moeder zat te spelen. Als er geen kleine kinderen in de buurt zijn, speelt hij thuis met mecano „omdat ze me uitlachen, als ik met poppen en zoo speel". Nu is het ons plotseling duidelijk, waarom hij, niettegenstaande zijn normale intelligentie op school, weinig praesteert: Hij wil klein blijven! Hij wil geen volwassene worden, hij zit met zijn phantasie vast aan de heerlijke kleuterjaren, waarin hij naar hartelust met moeder kon spelen. Vandaar ook, dat hij het in het geheel niet onaangenaam vindt, om met veel jongere kinderen in de klas te zitten. We gaan daarom tot duiden over, leggen hem uit, dat hij niet wil leeren, om maar klein te kunnen blijven en te kunnen spelen. „Dat je thuis soms je lessen goed kent, komt omdat je weet dat je pas daarna mag gaan spelen. Op school zorg je er voor, zonder dat je dat zelf weet, dat je

Sluiten