Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

phase van het erotische driftleven kenbaar maken. Er kan, zooals onze jongste patiëntjes met hun masturbatorische handelingen hebben doen zien, ook sprake zijn van een vervroegd optreden van de phallische phase. Aan den anderen kant is de mogelijkheid niet kunnen worden uitgesloten, dat Oedipuscomplex en Ideale-lk zich in een prae-phallische phase vormen. M e I a n i e Klei n's opvatting, dat Oedipus-complex en IdealeIk-functie zich inzetten in de oraal-sadistische phase, kan derhalve niet worden bevestigd, evenmin ontkend.

Resumeerend komen wij tot de volgende conclusies:

1. Kinderen met neurotische verschijnselen vertoonen in meerdere of mindere mate 'het verschijnsel van spelremming. Ze spelen vaak niet. Spelen zij, zoo toont hun spel weinig variatie, wordt het steeds <^p vrijwel dezelfde wijze uitgevoerd en heeft het steeds het neurotisch conflict tot motief, terwijl de realiteit er weinig in betrokken wordt.

2. Kinderen, die in hun spel geremd zijn, behoeven geen neurotische verschijnselen te hebben. Persoonlijkheidsstructuur, milieu-invloeden en incidenteele factoren kunnen eveneens aanleiding geven tot het verschijnsel van spelremming.

3. Het vrije kinderspel is als manifestatie van het geestesleven op één lijn te stellen met den droom. Het brengt door middel van verhullingspsychismen, waarvan ook de droomarbeid zich bedient, de onbewuste (resp. voorbewuste) wenschen, neigingen en strevingen van het kind tot uitbeelding.

4. Rekening 'houdend met de verhullingspsychismen kan men van het manifeste spel tot den latenten spelinhoud komen, die ten nauwste samenhangt met de conflictssituatie, waarin het kind zich bevindt.

5. Analoog aan de droomanalyse is ook een spelanalyse mogelijk.

6. De door Melanie Klein voor een speeltechniek aangegeven richtsnoeren zijn in hoofdzaak juist.

Sluiten